| | LogboekReisimpressies- Femke, in Boulogne-sur-Mer, 28 april 2004.
- Femke, in Fécamp, 3 mei 2004.
- Peter, in Saint-Peter Port/Guernsey, 10 mei 2004
- Femke, in Camaret-sur-Mer, 19 mei ’2004.
- Femke, in Port-Joinville, 29 mei 2004.
- Femke, in Pauillac, 4 juni 2004.
- Femke, in Toulouse, 15 juni 2004.
- Femke, in Bonifacio, 6 juli 2004.
- Peter, in Fiumicino, 12 juli 2004.
- Peter, in Ponza, 16 juli 2004.
- Femke, in Torre del Greco, 24 juli 2004.
- Peter, in Camarote, 4 augustus 2004.
- Peter, op Vulcano, 16 augustus 2004.
- Femke, op Levkas, 10 september 2004.
- Femke, op Kithira, 26 september 2004.
- Dirk, terug thuis, 30 oktober 2004.
- Femke, op Naxos, 17 oktober 2004.
- Femke, op Mikonos, 8 november 2004.
- Femke, op Samos, 15 november 2004.
- Femke, op Kos, 27 november 2004.
- Peter, in Bodrum, 30 november 2004.
- Femke, op Amorgos, 9 december 2004.
- Peter, op Amorgos, 7 januari 2005.
- Femke, in Trizonia, 18 maart 2005.
- Peter, in Syracusa, 9 april 2005.
- Peter & Femke, in Mahdia, 17 april 2005.
- Peter, in Sidi Bou Said, 5 mei 2005.
- Femke in Torre Grande, 16 mei 2005.
- Breg, terug thuis, 11 mei 2005.
- Femke, in Torre Grande 2, 16 mei 2005.
- Peter, in Valence, 12 juni 2005.
- Epiloog
Femke, in Boulogne-sur-Mer, 28 april 2004.
De vrijheid!Eindelijk, op 22 april 2004, 13.35u is het zover, we vertrekken. Met stille trom, Roger, onze buurman in de haven van Langerbrugge zwaait ons uit. Het weer is prachtig, een stralend zonnetje, uitstekende condities om een reis van meer dan een jaar aan te vangen! Om precies te zijn: we vertrekken voor 14 maanden. Voor mij is die periode net iets te lang om overzichtelijk te zijn. En dat is
juist ook de bedoeling natuurlijk. Zullen we alles kunnen loslaten om bij terugkomst weer opnieuw te kunnen beginnen, zoals Peter steeds zegt? Voor de familie hebben we een taartenfeestje georganiseerd om het “uitzwaaien” te vieren en van onze vrienden hebben we
zo veel mogelijk persoonlijk afscheid genomen, wat we trouwens heel fijn vonden, wat een warmte en belangstelling hebben we daardoor gekregen! Voor ons weer het besef hoe belangrijk vrienden voor ons zijn. Op de dag van vertrek hebben ze ons massaal ge-sms't, wat
een fantastische hart onder de riem was. Leve de gsm! (Nauwelijks was de Zelzatebrug in zicht, of Dirk B. sms'te ons met de melding dat het op Zakinthos 25 graden Celsius was !!! ) De vrijheid, dat is toch echt iets dat je niet kado krijgt, het
is iets dat je moet bevechten, hoe raar het ook klinkt. Eigenlijk zit je in je leven voor je het weet met handen en voeten gebonden aan van alles, zoals banken, verzekeringen, bezit (al die spullen die een mens bezit en niet nodig heeft!), verplichtingen (werk!)en
vooral ook leefgewoonten waar je toch op één of andere manier een zekerheid aan ontleent. Om je daar een keer aan te ontrukken, dat blijkt toch niet zo simpel. Als het dan zover is (de voorbereidingen hebben toch al met al een jaar in beslag genomen) voel je een enorme
last van je afvallen. Waarom je veilige nestje verlaten om zoiets te doen? Ten eerste natuurlijk de verlokkingen van het avontuur, elke dag
een andere haven, een andere omgeving, nieuwe indrukken , maar ook de kans om ons leven een keer van een afstand te kunnen bekijkenis volgens mij heel erg goed. De muziekwereld is een prachtige omgeving om te werken, maar het slorpt je helemaal op en het is vooral ook
een erg gesloten wereld waarin je helemaal verstrikt kunt raken: presteren en het eeuwige gevecht met de tijd. Als je zeilt merk je maar al te goed dat tijd relatief is, het gaat er gewoon om hoe je tijd beleeft. Al die beschouwingen komen in mij op terwijl ik hier zit op de
Vela, in de haven van Boulogne, vanwaar we morgen hopen te vertrekken naar Fécamp. Het weer is sinds vandaag wel omgeslagen, er hangt een dikke mist en het is koud en vochtig. Niet echt weer om verder te gaan. Als het morgen nog zo is blijven we hier nog een dagje, we hebben geen haast, een heerlijk gevoel!
Femke, in Fécamp, 3 mei 2004.Hier zijn we dan, in Fécamp. Gisteren zo’n stralende dag en nu, mist en kou. In Boulogne hebben we leuke mensen ontmoet, die met hun prachtige
tweemaster al 9 jaar aan het rondtrekken zijn, hun huis verkocht voor een boot met alles erop en eraan, alle spulletjes, foto’s en lampjes zijn er, vastgezet met klittenband! De boot heeft een toepasselijke naam: De Vrijheid. We vertelden hun over onze plannen
en ze hebben ons een paar tips gegeven over de eerstvolgende havens. Ons plan was om in één keer naar Fécamp te zeilen en we vertrokken dan ook om 7 uur ’s morgens vol goede moed. De stroom zat behoorlijk tegen, maar de wind was er wél,
dus deden we toch nog 4 à 5 knopen. Later op de dag begon het flink te regenen en tegen de middag waren we het zo beu, dat we besloten Dieppe binnen te gaan. Eigenlijk wilden we liever niet naar Dieppe, het was ons sterk
afgeraden. Maar toen we daar binnenvoeren dacht ik gelijk: dit is het! Zo gezellig, de jachthaven ligt midden in het centrum, overal zijn terrasjes en er is een prachtige boulevard langs de zee. Er is daar iets met de kleur van het water. Het viel me al op bij het
binnenvaren: het is blauw, of is het groen? Een prachtige kleur turquoise-achtig, heel helder; waarschijnlijk heeft dat te maken met het zand, het zand is wit en maakt geen modder. De sfeer in Dieppe vond ik heel zuiders aandoen, maar Peter vond
dat helemaal niet, het is waar, voor een Hollandse kaaskop is België zelfs al zuiders… Toch zal Dieppe in mijn geheugen blijven als “de Poort naar het Zuiden”. Het was dan ook schitterend weer, de kleuren zijn dan zo anders en alles ziet er mooier uit.
Toch begrijp ik wel waarom Dieppe ons zo was afgeraden: de ligplaatsen voor bezoekers zijn zo ongeveer de slechtste die je daar kunt hebben: (voor zeezieken geen aanrader), je moet de code weten, anders raak je niet buiten, om de haverklap komen ze je lastigvallen of je al
hebt betaald en de douches zijn meestal koud! Zo zie je maar weer hoezeer een oordeel gekleurd kan zijn door toevallige samenloop van omstandigheden. Gisteren zijn we tegen de middag vertrokken naar Fécamp. Geen bal wind, maar een schitterende dag, de zee was een spiegel,
geen mens op het water, zelfs geen vissers, niets. En dan die eindeloze krijtrotsen, zonder enig spoor van (mensen-)leven, zo stel ik me Turkije voor, zeker niet de Franse kust! Bij aankomst ging de zon onder en ik verzeker je, de zee was geel.
Ik zou het nooit geloven als ik er een schilderij van zou zien, ik zou denken dat het de fantasie van de kunstenaar was: nee, zoiets zou je willen vastleggen, maar dat is onmogelijk. Nu weet ik dat de zee alle kleuren kan aannemen. De zee geel met af en toe een
streepje turquoise, de horizon rood-oranje, het gewelf donkerblauw. Een fantastische ervaring. 
Peter, in Saint-Peter Port/Guernsey, 10 mei 2004De route Cherbourg-Guernesey gaat onvermijdelijk langs Cap de la Hague. De kaap ronden brengt je in een gebied - tussen de kaap en
Alderney - waar de beroemde 'Alderney Race' staat. Er loopt gemiddeld een stroom van 7 knoop, waartegen je weinig kan beginnen, tenzij je op het juiste moment op de juiste plaats bent en meeloopt op stroom. Er was West 4 voorspeld, eens buitengaats bleek dit aardig te kloppen.
Femke had een volledig kruisrak uitgestippeld, met korte en lange slagen, soms volle of halve uren, met af en toe een slag van een kwartiertje. Genietend zeilen dus, en enkel maar zorgen dan je tijdig overstag gaat. Om exact 18.00 uur waren we op de plaats waar de Race begint te
lopen. 'Ripples, eddies and overfalls' stond er in de Pilot. Zachtjesaan veranderde het oppervlak van de zee. Eerst iets wat op olie-achtige vlekken leek, dan kolkingen, korte golfjes en later branding die chaotisch van alle kanten bleek te komen.
Geen structuur, en de wind had weinig invloed meer op de golfvorming. Niet evident om in die omstandigheden koers te houden aan de wind en onder vol tuig, we lieten de boot dan ook gewoon lopen door zo weinig mogelijk bij te sturen.
Het tempo werd opgedreven, korte tijd later liepen de golven over en door elkaar heen en ging de boot alle kanten op. Af en toe dachten we een breker binnen te krijgen, maar dat gebeurde toch niet. We bleven meegaan op stroom. Ondertussen wees de GPS al 9 knoop aan!
Plotseling, van de ene seconde op de andere werd het muisstil, hielden rollen en stampen op en lag de boot roerloos op één oor. We bleven aan de wind zeilen, de trim veranderde niet, maar de boot leek in het water bevroren. De zee was spiegelglad, het
leek wel een meer. We waren allebei betoverd door dit magische moment.
Zonder kielzog of boeggolf ging 'Vela' verder, steeds maar sneller. De GPS kwam al lang niet meer onder de 11 knopen, we gingen tot 12,4. Dit was een record voor de Vela! Cap de la Hague met zijn vuurtoren schoven snel voorbij, het was enig om op die wonderlijke manier een kaap te ronden. Pas uren later
daalde onze snelheid naar 6-7 knoop. Schitterend ! LandfallEen haven aanlopen is altijd een bijzonder moment. Allebei zetten we onze zintuigen op scherp, zeker als we moe zijn. Er is ook overal storende achtergrondverlichting en het duurt altijd lang voor je de juiste lichten onder de correcte hoek ziet. Aangekomen in Saint
Peter Port weten we dat we niet meer in de haven binnen kunnen en we de 'waiting pontoons' moeten gebruiken. Toch vaar ik enkele rondjes voor het havendok, dat met een 'sill', een drempel is afgescheiden van de rest van de haven. Die 'sill' werkt als een stuwdam: bij
laag water valt de haveningang droog, maar blijft er in de haven voldoende water staan. Het licht staat op rood en moe maar voldaan, leggen we om 03.00 uur aan langszij het ponton. Het is doodstil in de haven. Alles lijkt zo klein en dichtbij. Maar toch komt er ook op dat uur een
'Immigration Officer' haastig in een dinghy op ons af. 'No Pets, Sir ?' Nee, op dieren aan boord hebben we het niet zo begrepen, dus kunnen we ook geen hondsdolheid overbrengen. 'What's your draught, Sir ?' 'One twenty ?!' We kunnen het volgens
hem proberen, er staat anderhalve meter water boven de drempel. 'But you have to be quick, Sir !' en hij vaart al binnen en ligt uitnodigend op ons te wachten. Ik vraag Fems wat zij ervan denkt, ik vind het maar niks. Doen, zegt ze. Dus snel los en richting drempel,
het is maar twintig meter ver. Zachtjes vaar ik met een slakkengangetje verder, het water is helder en rimpelloos, we zien een hoop stenen onder ons doorschuiven. Bij de peilschaal aangekomen zegt Femke dat er één meter DERTIG water staat, maar dan zijn
we al binnen. Om halfvier liggen we in een bijna verlaten haven, veertien uur na vertrek uit Cherbourg. Wakker worden in Saint Peter Port !!!! 
Femke, in Camaret-sur-Mer, 19 mei ’2004.Op 15 mei vertrokken we uit l’Aber Wrac’h, een verlaten plek, maar wonderschoon, ik benijd de mensen die daar wonen! Veel
groen en een magnifiek uitzicht over de baai. Echt een ideale plek om te tekenen –wat ik dan ook heb gedaan. Aan land was het heerlijk, maar wel wat heiig, maar zodra we op zee zaten bleek er een dikke mist te hangen. Natuurlijk schrikken we daar niet voor
terug, doorgewinterde zeilers als we zijn, maar toen Peter de misthoorn naar boven haalde en om de 10 seconden een afgrijselijk geluid begon te produceren werd het me toch een beetje te veel - het schijnt zo te horen: lang-lang-kort, maar mijn oren begonnen te suizen –
en er was niemand te zien! Gelukkig trok de mist snel weer op en hadden we nog een prachtige zeildag voor de boeg. Toen we precies op het berekende tijdstip arriveerden in Camaret-sur-Mer, wist ik meteen: hier gaan we een tijdje blijven. Een heerlijke plek, rustig,
pittoresk, een mooie baai met strand en de volgende dag bleek het zalig weer te zijn! Eindelijk dan het Zuiden? 
Femke, in Port-Joinville, 29 mei 2004.Tussenstop op Ile d’Yeu In Camaret-sur-Mer kun je genieten van veel zaken: een goed glas cider met een galette bijvoorbeeld, of de schilders op de kade gadeslaan,
of bijvoorbeeld een lange wandeling over de klippen met een zeer wijds uitzicht op de baai. We hebben er even een pauze genomen, ook om de vioolspieren weer wat op te frissen. Na 9 dagen weer uitgerust om onze reis voort te zetten vertrokken we met als eindbestemming Pornichet, waar we na 31 uur afgepeigerd maar voldaan aankwamen. Voortaan rekenen we 4 knopen, alles inbegrepen:
wind tegen, kruisen, stroom tegen etc. Het is beter om eerder aan te komen dan voorzien dan later! Tijdens zo’n lange trip: een dag, een nacht en een dag, sturen we om beurten 4 uur, vooral ’s nachts houden we ons daar strikt aan, het is de beste optie
gebleken in verband met slapen.
Helaas is het soms wel heel moeilijk om tijdens zo’n nacht
te slapen, als we op motor varen is het natuurlijk vrij veel lawaai
van de motor, maar als we zeilen is het dan weer erg onrustig, vooral
als we schuin hangen en je het water tegen je oren hoort klotsen.
Als de boot dan ook nog schuin hangt en heen en weer rolt, kun je
niet echt spreken van een rustige nacht! In het begin had ik nog
wel eens last van en lichte misselijkheid (zeeziek) maar nu helemaal
niet meer. Blijkbaar went dat na een tijd.
Pornichet vonden we behoorlijk saai, dus na een dag hadden we het daar wel bekeken en planden we onze reis verder richting Royan, waar we de zee even zullen verruilen voor de rivier. Ons plan
was om in één keer door te bijten, maar na 6 uur motoren (geen wind dus!) zagen we het niet meer zitten en zijn we snel dit mooie eiland binnengelopen. Het doet hier een beetje denken aan Vlieland, maar dan de zuiderse versie ervan: overal fietsers en een echte eilandsfeer. Wat dat is kun je alleen weten als je vaak op eilanden komt, het
is toch iets speciaals (Peter zegt altijd dat hij ooit nog eens op een eiland zou willen wonen). Hier ontdekten we tot onze grote vreugde een internetcafé waar we de site kunnen aanpassen! Eindelijk is het dan zover en
kunnen we iedereen de foto’s en de verslagen laten zien. Het internetgebruik is in Frankrijk wel goed geregeld – je kunt in elk postkantoor je mails lezen - maar wel op de meest primitieve manier, dus de site aanpassen zit er niet zo vaak in als we hadden
gehoopt... Femke, in Pauillac, 4 juni 2004.De mast eraf Deze keer deden we het hele traject 5 à 6 knopen, heerlijk,
de hele nacht konden we doorzeilen, de wind bleef redelijk constant en de stroom zat over het algemeen meer mee dan tegen. Toen we aankwamen bij 'Point de Coubre' bleek dat het tij in de riviermonding nog niet was gekeerd (dit keer waren we te vroeg t.o.v. de berekeningen -
dus mijn pessimistische inslag bleek toch geen goede strategie te zijn...). De stroom was behoorlijk sterk, en dat bij doodtij. In de toegangsgeul (Grande Passe de l’Ouest) waren de golven hoog, de boot ging alle kanten uit. Dit kan ronduit gevaarlijk zijn,
zelfs bij redelijk goed weer. Als je de pech hebt dat stroom en wind tegen zitten moet je zeker vermijden om die passage te doen. De pas afsnijden is al helemaal uit den boze. De branding van de Banc de la Coubre aan bakboord en Battures de Corduan aan stuurboord
plus (bijna) overslaande golven achter de boot brengen niet echt een relaxed gevoel teweeg... Stroom mee of tegen, dat maakt wat dat betreft geen verschil, de golven klotsen alle kanten op. Naarmate we Royan naderden werd het veel rustiger en de stroom zat inmiddels
mee, de haven binnenlopen is een makkie, alhoewel “aucune raison pour s’arrêter à Royan”, zoals Alain (zie verder) ons vertelde. Als we er geen post verwachtten waren we er niet gestopt. Tijdens de nacht - we gingen net de wacht wisselen - hoorden we
een raar gepiep, een heel hoog zoemachtig geluid. En ineens zagen we het: dolfijnen! Het was schitterend, het water was fluoriserend en daardoor zag je ze als witte schimmen onder de boot door duiken, steeds oplichtend bij elke beweging. Ze waren aan het jagen, zo kris-kras door elkaar
zwemmend hadden we ze nog nooit gezien. Het waren er een stuk of tien en ze bleven vrij lang rond de boot hangen.
Een hele school vissen (makrelen?) zag je in paniek boven het water uitspringen, het was een drukte van jewelste, en dan weer een paar
dolfijnen die een duik maakten waardoor je hun rugvin prachtig door het water zag glijden. Een onvergetelijk schouwspel. Alain, dat was een Franse schipper die vlakbij ons in de haven
lag en waar we mee aan de praat raakten. Dat bleek niet zomaar iemand te zijn: hij had in z’n eentje een rondje Afrika gedaan, hij
had in Canada (Newfoundland) rondgezworven, volgens hem de mooiste plek ter wereld om te zeilen, een paar transats gedaan o.a. naar
Latijns Amerika en Brazilië, maar ook de Mediterranée – o.a. het Canal du Midi, waar hij ons alles over kon vertellen.
Un seul endroit pour demâter: Pauillac Vriendelijke havenmeester, goede service, in een uurtje is de
mast eraf – je moet wel wachten tot hoog water. De haven ligt aan de rivier, die hier nog heel breed is maar een enorm sterke
stroming heeft. Daar valt niet tegenop te boksen. Stroom mee is echter een waar genoegen, we zijn zeilend op de twee voorzeilen
aan een snelheid van gemiddeld 8 knopen naar hier gevlogen. Pauillac binnenlopen is dan weer een ander verhaal. Hier staat ook
stroming, al is het iets minder dan op de rivier. Af en toe komt de havenmeester jachtjes te hulp met zijn dinghy. We hadden geluk
met ons plekje, aan de kop van de steiger. De haven valt voor de helft droog, dus kijk uit waar je gaat liggen.
Hier zijn de meeuwen vervangen door eenden, die overigens ook wel een stukje oud brood lusten.
De rivier zit vol slijk, het water ziet bruin en sleurt alles met zich mee, zes uur stroomopwaarts en dan weer zes uur stroomafwaarts
en dat al eeuwenlang, hele bomen drijven af en aan, het water kleurt okergeel, maar als de zon schijnt vermengt het zich met een zilveren
schijn of het weerspiegelt de blauwe lucht en krijg je een mooie afwisseling van beige en blauw, een prachtige kleurcombinatie.
Een eenzame rivier, er varen bijna geen boten meer.
Femke, in Toulouse, 15 juni 2004.KanalenHet eerste stuk was nog rivier en we moesten rekening houden met
de sterke stroom, maar zodra je de eerste sluis door bent is het gedaan met de berekeningen, het is gewoon de motor starten en weg.
Fijn om ook weer eens wat groen te zien en vogels te horen fluiten, je vaart de hele tijd door de velden en langs het kanaal staan meestal
hoge bomen voor de nodige schaduw. Toch is de zee veel fascinerender en eigenlijk wordt het tuffen (en puffen!) over de kanalen na een
paar dagen behoorlijk saai. De aanlegplaatsen – havens mag je ze niet noemen - zijn meestal
gewoon langs de kant, met een dorp op loopafstand, maar we hebben ook al gewoon twee piketten in de grond geklopt en de Vela daar
aangemeerd. Eigenlijk is dat nog het leukste, zo midden in de natuur. Het was zelfs warm genoeg om onder de blote hemel te slapen –
zalig, voordat je je ogen sluit kijk je naar de sterren en als je ze dan weer opent lig je onder een groene boom en een staalblauwe
hemel! Maar die sluizen... Het schiet maar niet op, het zorgt voor veel oponthoud en dan zijn we nog meestal alleen in de sluis, zo net
voordat het seizoen begint. Soms is het verschil tussen de waterstanden wel zes meter, meestal ongeveer drie. Ik stap telkens vlak voor
de sluis af en loop naar de rand van de sluis waar ik dan de lijnen die Peter naar boven gooit aanpak en vastmaak. Andere mensen schijnen
dat niet zo te doen, met als gevolg dat àls we dan met anderen in de sluis liggen, ik tot “sasmeesteresje” word omgedoopt..
Tot nu toe is het altijd klimmen en dus komt de boot naar boven en kan ik gewoon weer opstappen.
Soms moet je de sluis zelf bedienen, een druk op de knop en de cyclus wordt in werking gezet, maar meestal is er wel een sluiswachtster
(meestal zijn dat héél mooie, jonge vrouwen!) die woont in het huis bij de sluis – ideale job!- en meestal twee
of drie sluizen onder haar beheer heeft. Als wij naar de volgende sluis tuffen tuft zij (of hij) ons op haar mobiletje langs het kanaal
voorbij tot aan de volgende sluis. In Bordeaux zagen we al dat de boten extra autobanden hadden hangen
om de kanten te beschermen tegen de sluiswanden en dat hebben we dan ook maar gedaan. Het water (en dus de boot) gaat inderdaad soms
wel behoorlijk tekeer als het de sluis inspuit. We zijn extra op onze hoede als het waterniveau bijna op zijn hoogste peil is want
juist dan heb je de meeste turbulentie. Maar alles hangt natuurlijk van de sluismeester(es) af, spuien kan ook op een rustige manier
verlopen, alles in één keer open zetten is niet nodig. 'Allons-y doucement, s'il-vous-plait' ?!!
In Toulouse ontmoetten we leuke Australiërs die een klein feestje gaven op hun (motor)boot. Daar ontmoetten we Le-Yi, geloof
het of niet: een violiste! Onvermijdelijk ging het gesprek (eventjes dan) over het werk en de muziekwereld, je beseft dan weer hoe klein
dat wereldje is en hoe goed het is om eens even weg te zijn... Vandaag zijn we vertrokken uit Toulouse. Hier begint het Canal
du Midi. Na de 55e sluis is het eigenlijk wel genoeg geweest, vinden wij, maar het schijnt dat het komende traject het mooiste is, dus
dat belooft wat... 
Femke, in Bonifacio, 6 juli 2004.Na Toulouse werd het beter, de kanalen worden veel kronkeliger
en het landschap afwisselender. En toch, voor ons blijven de kanalen behoorlijk saai; toen we op het open water kwamen bloeide mijn hart
toch open. De zee, daar kan niets tegen op! SèteWe hebben zes dagen in Sète gelegen. De mast moest er weer
op en Peter wilde alles tiptop in orde hebben voor vertrek, want nu stonden we voor de langste oversteek tot nu toe (285 nM).
In Sète leerden we leuke mensen kennen: Theo en Annelies van de Eliese, een zelfontworpen en gedeeltelijk zelfgebouwd jacht:
een Koopmans in aluminium van 12 meter. Zij hadden net twee jaar rondgezworven op de Med en stonden op het punt om het Canal du Midi
te doen. Dus we konden elkaar veel tips geven! Theo vond ons plan om naar Egypte te gaan ambitieus, we zullen zien of hij gelijk heeft...
En verder hadden we in Sète geweldige buren: Huub en Leo uit Heerlen, ook al zeilers die een half jaar de tijd hadden genomen
om eens weg te zijn van alles. Heel hartverwarmend om zulke mensen te leren kennen. Toen we vertrokken hebben ze ons nog lang uitgezwaaid.
OversteekEn daar gingen we dan: het was inmiddels eind van de middag, maar voor zo’n lange oversteek maakt het eigenlijk niet uit hoe
laat je vertrekt. De wind was gunstig, we konden ruim voor de wind gaan en een voorzeil was genoeg om 6 knopen te doen. De weersvoorspellingen
om 19 uur waren voor de komende dagen NW 3 tot 6 BF. Niets om ongerust over te zijn dus... Maar...na een paar uur viel de elektriciteit uit. Dat betekende
geen navigatielichten, geen licht in de kajuit of vaste gps en ook geen autopilot. Gelukkig is er in dat vaargebied bijna geen beroepsvaart
en hebben we een handheld reserve gps. Het zelf sturen zijn we gewend van Noorwegen, maar het is natuurlijk wel extra vermoeiend en fysiek
zwaar. De nacht was mooi met een volle maan en redelijk harde wind. Tegen de middag van de volgende dag begon het echter nog harder
te waaien, het leek maar niet te stoppen! Het zeil was al behoorlijk gereefd maar moest nu echt tot een driehoekje worden beperkt. De
gps gaf 8 knopen aan en we realiseerden ons ineens dat dit toch echt wel minstens een 7BF was, maar eigenlijk natuurlijk een 8,
al wilden we op dat moment niet denken aan een storm. Het was stralend weer, geen wolkje aan de hemel!
De zee werd heel anders. Kreeg een diepblauwe kleur met grote lichtblauwe vlekken en de golven werden hoger, langer en hoekiger, maar het
oppervlak gladder door de harde windvlagen die de kleine golfslag nivelleren. Af en toe kwamen er brekers binnen, maar niet echt spectaculair
en met deze koers kun je heel goed met de golven blijven meelopen. Ik had twee mogelijkheden: sturen of plat op mijn rug liggen. Zodra
ik iets actiefs deed zoals bijvoorbeeld een positie inschrijven of kleren aantrekken begon ik al misselijk te worden. Ik ben er
echter nog steeds niet achter of dit nu is van de honger of een lichte vorm van zeeziekte. Dit bleef de hele oversteek zo, maar
ik ben niet echt ziek geworden, ik heb zelfs goed gegeten en geslapen. Peter daarentegen heeft nauwelijks gegeten, hij was dan ook helemaal
niet misselijk of zo, maar hij sliep in het begin nauwelijks, de tweede dag dronk hij gewoon een glas wijn na het einde van zijn
wacht en dan ging het wel. De wind is de hele tijd 5 tot 7 BF gebleven, de laatste paar uur werd het een 4BF. (Volgens mij krijg je daar
wel spierballen van.) CorsicaEindelijk kwam Corsica in zicht. De dichtbijzijnde haven was Propriano,
het was al donker en we wilden rust. We besloten erheen te gaan (ipv de planning Bonifacio), maar toen we er aankwamen om 23 uur
bleek het enige havenlicht het niet te doen. We zagen geen hand voor ogen, de situatie was erg onduidelijk. We zagen de masten van
de boten vlakbij, maar we wisten dat er een kaaimuur voor moest liggen en dat we dus op één of andere manier moesten
omvaren. Na een half uur heen en weer schijnen en langzaam de kant naderen zagen we eindelijk de ingang. In de haven was het doodstil.
Alles lag propvol, er was geen enkele plaats vrij voor ons. Midden in de haven lag echter heel spookachtig een heel groot leeg ponton,
zonder verbinding met de kant. Daar zijn we dan maar gaan liggen. Geen douche, geen electriciteit, niets. Gelukkig hadden we wel eten
en bij kaarslicht hebben we alsnog een heerlijke spaghetti gemaakt. De volgende ochtend klop klop: betalen! Nee, sorry, er is geen
plaats in de haven, nee er zijn werken in de haven, geen electriciteit of water. Ze waren behoorlijk agressief en na enige onderhandelingen
“mochten” we vertrekken (ze hadden de lijnen gewoon vast en duwden ons met hun dingies tegen het ponton!). Uiteindelijk
hebben we dan toch nog een halve nacht moeten betalen, dieven!! Het was nog een 40 mijl naar Bonifacio, een rustige dag zeilen.
Echter, toen we de motor wilden starten om de haven binnen te lopen startte hij niet! (Door de storm was er water in de ontluchting
van de dieseltank gekomen). Gelukkig stond de wind pal in het gat, dus konden we met een klein fokje binnenzeilen, maar Peter riep
in de haven toch maar de havenmeester op en die hebben ons binnengesleept naar onze plek. Een goede bouillabaise en een heerlijke douche en alle ellende was al gauw vergeten.

Peter, in Fiumicino, 12 juli 2004Vóór de wind van Bonifacio naar Fiumicino, 146 mijl in 26 uur en
maar drie uurtjes op motor ! Een schitterende sterrenhemel onderweg, en nauwelijks schepen gezien. Italië is anders dan we hadden gedacht: de mensen laten ons met rust maar zijn wél blij als je Italiaans spreekt - parla Italiano
? (dat doet Fems). De haven van Fiumicino ligt in een inham van een riviertje, een echt moddergat en het wemelt van de ratten. Pas de laatste dag vertel
ik aan Femke wat al die ronde platen zijn, die vele booteigenaren op hun landvasten haken. In het besef dat we de eeuwige stad eindeloos kunnen blijven ontdekken
nemen we de tijd voor twee dagen Rome, met de afspraak nergens in de rij te gaan staan en zeker twee uitzonderlijke kunstwerken te
bekijken: de Pietà van Michelangelo en de Madonna van Caravaggio.
We maken lange dagen in Vespa-land, eten heerlijk in een typisch romeins koosjer restaurant en komen afgepeigerd terug aan boord. Het is tijd om weer te vertrekken.
Peter, in Ponza, 16 juli 2004.Op ankerAangekomen in Ponza gaan we rustig voor anker in de baai, op een
tijdstip dat - zo ongeveer - iedereen tegelijk de haven aanloopt. 'It's a headache' - dixit Rod Heikell van de 'Italian Waters Pilot'.
Noodgedwongen houden wij het op typisch Italiaanse toestanden. De havenauthoriteit doet aan boord van snelle zodiacs met loeiende
sirenes vertwijfeld een poging om iedereen die op anker wil gaan uit de buurt van de draaicirkel van de ferry en draagvleugelboten
te houden, bijgestaan door de Guardia Costiere en de Guardia di Finanza. Die hebben tenminste blauwe zwaailichten, sirenes en megafoons
! Langzamerhand wordt het écht een heksenketel. Van overal duiken schepen op, in een mum van tijd zien we vijftig (!) schepen aankomen.
Binnen onze draaicirkel ankeren zonder verdere uitleg vier zeiljachten. Argumenteren heeft geen zin: er zal blijkbaar die nacht tóch geen
windje opsteken. Ik stel me voor dat als dit wél zou gebeuren, er ongetwijfeld ongelukken gebeuren. Snelle motorjachten passeren ons
op enkele meters na en er staat een sterke deining omdat iedereen kriskras rakelings langs elkaar heen vaart.
Na een tijdje zijn we het beu, nemen de dinghy en gaan een moot heerlijke zwaardvis kopen (zie foto's).

Femke, in Torre del Greco, 24 juli 2004Met grote spijt verlaten we één van mijn lievelingsplekken: Ponte
d'Ischia. Van het eiland zelf hebben we niet veel gezien, maar we zijn toch een keer naar de haven gelopen - toch nog een heel eind te voet
- en we waren blij dat we daar niet waren gaan liggen. De haven (Porto d'Ischia) heeft geen sfeer en het is er overal smerig en
rommelig. Als je dan wat verder gaat door de hoofdstraat is het de ene luxeboetiek na de andere, alles gericht op rijke Duitsers
die blijkbaar hun zinnen op dit eiland hebben gezet. Nee, wij ankerden op een andere plek: vlak onder een berg die uit
de zee oprijst, waar zich een gigantisch kasteel tegen de lucht aftekent, waar we aan de andere kant van de baai uitzicht hadden
op Procida, Capri en de Vesuvius, waar we bovendien heerlijk konden zwemmen en waar een schattig klein stadje is waar de mensen heel
lief zijn. Dit is echt de beste optie om toch van Ischia te kunnen houden. Als we niet telkens met de bijboot naar de kant hadden hoeven
gaan hadden we er wel langer willen blijven, maar het water raakt op den duur natuurlijk op. We vertrokken niet te vroeg, want de wind steekt toch pas tegen
de middag op, hadden we ervaren. We zeilden de hele tijd, prachtige wind! -het uitzicht is echt spectaculair, Procida zag er verleidelijk
uit, maar nu wilden we weer eens zeilen en de Vesuvius zag er óók verleidelijk uit! Napels is natuurlijk een gigantisch grote, vervuilde
stad, maar toch verbaasden we ons dat er in de baai van Napoli nauwelijks boten varen, geen beroepsvaart en één verloren vissersbootje. Ook
tijdens dit onvergetelijke tochtje vonden we het onbegrijpelijk dat er niet veel meer zeilboten te zien waren.
In het algemeen zijn er trouwens weinig toeristen, in havens liggen we meestal tussen locals, af en toe wat Italiaanse charterboten,
maar de termen headache en nightmare, etc. van de almanac uit 1997 vinden wij nu toch werkelijk overdreven. Toch is het vreemd dat
er over dit zeilgebied relatief weinig wordt geschreven. Wij vinden het gebied rond Ischia en Capri één van de mooiste plekken tot nu
toe om te zeilen.
Om de Vesuvius en Pompeii te bezoeken zijn we hier in Torre del Greco gaan liggen, een voorstadje van Napels, de markt en de drukke
winkelstraten zijn heel plezierig, de mensen ongelooflijk vriendelijk en behulpzaam - veel ouderen zitten hier op bankjes in de schaduw
en kletsen wat af! - de haven daarentegen wat minder: heet, vuil, lawaaierig, honden die overal rondhangen, geen douches en duur.
(wanneer kan ik mijn haar eindelijk weer eens wassen?). We moeten ons behelpen met de waterslang op de kant.

Peter, in Camerota, 4 augustus 2004.The Community
Begin augustus gaan de Italianen op vakantie. Overal in de steden en dorpjes zijn er religieuze feesten, aangevuld met fanfares, markten,
kermissen, poppenkast en natuurlijk... vuurwerk ! Om halftwee 's morgens springen we allebei één meter hoog in onze
kooi: is er ergens een gasontploffing ??! Vanaf de pier en op bootjes in de haveningang wordt een halfuur lang schitterend vuurwerk afgeschoten,
de echo's uit de bergen schudden ons en de boot goed door elkaar. Drie dagen lang, steeds op de middag en om halftwee 's morgens.
Het strand en de haven liggen vol snippers uitgebrand vuurwerk. Gelukkig valt er niks bij ons aan boord, we liggen buiten de vuurlijn.
We zien ook regelmatig oude bekenden terug, zeilers die we leerden kennen in Ventotene, Ischia, Torre del Greco, Porto Vecchio of Agropoli.
Iedereen heeft zijn eigen verhaal. De gemiddelde leeftijd ligt nogal hoog, dé overwinterplek is Tunesië en bijna iedereen lijdt aan 'Corfumania'.
Maar humor, bescheidenheid en zelfrelativering zijn in hoge doses aanwezig: 'er was even een zeetje binnengekomen' (een breker in
de kuip, tijdens een nachtelijke storm, al bijliggend) of 'we had a 2 Beaufort gale in Sicily Strait, but we're all right now'.
Morgen gaan we naar Isole Eolie, een groep van zeven eilanden voor de kust van Sicilië.Vooral Stromboli en Vulcano - actieve vulkanen
! - willen we niet missen. 
Peter, op Vulcano, 16 augustus 2004.Under the Volcano
Camerota - Stromboli - Panarea - Salina - Stromboli - Vulcano - Milazzo De Isole Eolie stonden altijd al hoog op ons verlanglijstje. Anker
op in Camerota (05.00 u) en in windstil weer naar Stromboli. Toevallig lopen we het eiland onder de juiste hoek aan, waardoor we bij valavond
al enkele erupties zien. Het eiland is écht een vuurtoren. Dichterbij - het is inmiddels nacht - gaan we voorzichtig ten anker in een
verlaten baai. Rond middernacht anker op en na een halfuurtje varen rond het eiland zijn we op het ideale uitkijkpunt. Zo ongeveer om
het kwartier is er een schitterende uitbarsting. Door de verrekijker zien we met welke kracht en schoonheid materie in de nacht wordt
geschoten, het is onvoorstelbaar. Na Stromboli en Panarea vinden we op Salina met veel geluk én
in het holst van de nacht na wat leg- en verlegwerk een plaats aan de kade in de Porto Communale. We hebben dringend diesel en water
nodig. We hebben ook een afspraak met goede vrienden. Mieke en Renaat, die hun vakantie op Sicilië doorbrengen, gaan enkele dagen als opstappers
mee. Ook zij willen de Stromboli in actie zien en dus vertrekken we terug naar dit fascinerende eiland.
Gelukkig zit het weer mee en kunnen we veilig op anker, haventjes zijn er helemaal niet. We willen een nachttocht maken naar de krater.
Een lokale gids is snel gevonden en om 18.30 vertrekken we naar een hoogte van 490 m, door recente erupties kun je niet meer hoger
komen. Als we om 00.00 uur terug aan boord komen, hebben we minsten vijf spectaculaire uitbarstingen gezien en gehoord en zijn we weer
helemaal vervuld. Na Stromboli gaan we op Vulcano voor anker in de Porto Levante, de oostelijke baai. Het is er zeer diep, het anker krabt en pas
de derde poging lukt het om zó te ankeren, dat ik de boot met een gerust hart alleen durf te laten.
Nauwelijks zitten we in de bijboot of de geur van zwavel en rotte eieren komt ons al tegemoet. Op het strand stinkt het nog het ergst,
omdat er een borrelende poel vlak achter ligt. Ook als we 's avonds gaan zwemmen borrelt het gas langs alle kanten op, dagen laten ruiken
we er nog naar. Een strandvakantie zien we hier niet zitten. De volgende morgen beklimmen we de 'Gran Cratere'. Uit gaten in
de kraterwand ('fumeroli') komen hete stromen stinkend gas, je moet er niet té dicht naartoe gaan. Om en nabij de fumeroli kleurt
de zwaveldamp de aarde groengeel. De lucht is zwaar en geladen en de kraterbodem lijkt wel een erg klein stopje op een heel grote
drukkoker. Vulcano is trouwens Europa's meest te duchten vulkaan. Als de grond té heet onder onze voeten wordt genieten we van het
prachtige uitzicht op de Isole Eolie en gaan heerlijk uit eten. Na Vulcano gaan Mieke en Renaat verder op Sicilië, maar we
zien elkaar een week later terug - vanuit Taormina - en doen samen de Etna, tot op 2920 m. Welkom op de maan. Máánden
geleden dat we het nog zó koud hebben gehad ! 
Femke, op Levkas, 10 september 2004.Dat was dan Italie.
Het is zover, we zijn overgestoken naar Griekenland, een mijlpaal voor ons en voor de Vela, die nog nooit zo ver van huis is geweest!
Aan Crotone, onze laatste haven in Italie, zullen we hele warme herinneringen overhouden. De mensen waren zo vriendelijk, heel nieuwsgierig
en heel blij dat we probeerden Italiaans te spreken. Het was een plezier om iets te vragen, het kwam op een bepaald moment zelfs
zo ver dat we gewoon iets vroegen dat we eigenlijk allang wisten, gewoon om de warmte die we kregen van de mensen. (echt waar!)
Italie is een heerlijk land en vooral het zuiden is nog onaangetast door toeristen, hoe triest het ook klinkt, de toeristen verpesten
vaak de mentaliteit van de plaatselijke bevolking. Hier in Griekenland merken we dat ook heel sterk.
Wat we ook zullen onthouden van Italie is het eten! De laatste dag kreeg ik nog extra rucola mee van een leuke Italiaanse
groenteman. Twee soorten rucola, en allebei heel anders dan die bij ons, heerlijk was het. Tomaten kan ik nu even niet zien, we
zijn inmiddels al een goede week tomaatloos, zo’n tomateuze overrompeling was teveel van het goede.
Parmezano, ijs, cappucino, funghi secchi, grappa, mozzarella di buffala, rucola, canoli, we zullen het missen. (bij ons is gelukkig
- bijna - alles te krijgen, een ongekende luxe). Sinds een paar dagen vertoeven we in het land van Socrates, echt
wel even omschakelen! Ondanks het toerisme straalt alles een enorme rust uit. Zodra je even buiten de drukte gaat loop je tussen de olijfbomen en het enige
geluid dat je hoort is een geitebelletje en het ruisen van de zee. Een enorme verademing na het lawaai van de Italianen: scooters,
klokkeluiden, loeiende sirenes, speedbootjes, vuurwerk, muziek tot
vroeg in de morgen, en nergens een plekje waar je alleen bent. Als
het mooi is ligt het vol boten, als het gezellig is vol mensen (en
ze zijn zo mooi!). Wij hielden ervan, maar nu zijn we toe aan iets
anders.
En hier eten we ook heel lekker: de yoghurt is goddelijk en natuurlijk
feta en retsina, en ook brood kunnen ze heel goed bakken. De rest
moeten we nog ontdekken.
Tijdens deze reis is het eten zo'n beetje het hoogtepunt van de
dag. We besteden er relatief veel tijd aan, we hebben geen ijskast,
dus moeten we elke dag boodschappen doen. Uit eten zit er voorlopig
echt niet meer in.. (De havens in Italie waren soms erg duur, 40
euro per nacht hakt er aardig in.) We eten heerlijk en worden heel
creatief, meestal vegetarisch, we zouden wel een kookboek kunnen
uitgeven..

Femke, op Kithira, 26 september 2004
Ionische eilanden
Alweer bijna een maand in Griekenland. Eerst de Ionische eilanden:
Paxoi, Levkas, Nisos Meganisi, Kefallinia en Zakinthos.
Wat een prachtig zeilgebied is dit, de eilanden zijn heel groen
en je zeilt altijd met zicht op de bergen, overal doemen steeds
weer nieuwe eilanden op, er lijkt geen eind aan te komen, er schijnen
duizenden Griekse eilanden te zijn, waarvan vele onbewoond.
De afstanden zijn niet groot, dus elke keer een dagtochtje en je
bent weer op een compleet andere plek.
Begin september is nog volop seizoen en we zagen vooral veel gehuurde
boten, het was toch nog redelijk druk in de havens, maar naarmate
de tijd vorderde verminderde dat, op Zakinthos waren we maar met
maximaal drie boten in de haven en verder op het vasteland meestal
zelfs de enige boot. Toen we aankwamen op Zakinthos woei het zo
hard, we konden met moeite de haven binnenlopen. Maar toen we er
eenmaal waren bleek het een geweldige plek, het wemelt er van de
vis en dus een waar feest om er te snorkelen.
De tweede dag zijn we met een bootje de Blue Grotto gaan bezoeken,
schitterende grotten waar het water azuurblauw kleurt door de zon
die onder water tussen de spelonken schijnt. We konden er ook even
zwemmen in het mooie heldere water en ook je lichaam kreeg een blauwe
kleur (niet zo mooi).
Peloponnesos
Na Zakinthos deden we weer het vasteland aan, nu naderden de drie
beruchte kapen van de Peloponnesos.
De eerste haven was Katakolon, niet erg gezellig, maar we konden
een keer langszij liggen, wel veel gemakkelijker met op- en afstappen,
want de Vela is niet wat je noemt gebouwd voor afstappen via de
spiegel (achterkant vd boot). Dit is altijd een hele toer!
We werden verwelkomd door een man op de fiets, die vroeg of we niet
wilden douchen. Nou dat was de spijker op kop, want we waren echt
toe aan een warme douche om ons haar weer eens te kunnen wassen.
Meestal is dat gewoon flessen koud water over je kop uitgieten of
met een slang op de kant. Hij bleek bij zijn ouders te wonen iets
buiten het stadje. Zij hadden een hotelletje midden in de “Garden
of Eden”, olijfbomen, druiven, perziken, tomaten, bananen,
enz enz en dus kwamen wij buiten met de heerlijkste olijfolie, wijn
en fruit van eigen bodem. De plek was ineens toch niet meer zo slecht...
De volgende haven was Kiparissia, een desolaat haventje aan de
rand van het stadje, dat bij nader inzien toch wel een gezellig
pleintje had en een kermis die ons helaas tot diep in de nacht wakkerhield.
Eigenlijk waren we wel toe aan een beetje rust, maar de plek voelde
heel unheimisch aan op die verlaten plek en dus gingen we de volgende
dag maar weer verder, om uit te komen in Methoni. Daar moesten we
ankeren en dus diesel en water gaan halen met de jerrycans op de
bijboot. De plaats was heel leuk, er ligt een prachtig kasteel op
de pier en het dorpje is klein en pittoresk, maar de plek is absoluut
niet beschut, er woei een keiharde wind vanuit zee en na een dag
begon het anker te krabben, (gelukkig merkten we het meteen). De
paar andere boten die er nog lagen vertrokken die nacht met de SE
wind naar het noorden, maar wij moesten naar het zuidwesten dus
we konden er niet weg.
De derde dag vertrokken we dan toch maar toen de wind was gaan
liggen, maar na een paar uur wakkerde de wind weer aan en daartegenin
motoren en ook nog tegen de golven, die steeds hoger werden, dat
gaat gewoon niet dus besloten we terug te zeilen naar Pilos, een
eind terug, nog voorbij Methoni, maar wel beter beschut. Daar waren
we natuurlijk zo. Ook alweer zo’n ongezellige nieuwe haven,
waar we tegen de kaai aan plakten en die nacht een hevig onweer
beleefden. De volgende dag waren we alweer weg. Nu was de wind niet
meer zo hard en we arriveerden na 7 uur in Koroni, een romantisch
haventje, maar ook weer een ankerplek. Weer geen rust, want de wind
was nog niet gaan liggen, maar de eerste kaap was gerond.
Op zoek naar rust....
Van hieruit wilden we naar Diros, het schijnt dat daar zo’n
mooie grotten zijn. De wind was gaan liggen, dan maar op motor,
het was niet zo ver.
Toen we Diros naderden wakkerde de wind plotseling aan uit het
NW en stond dus recht in het gat van de haven. Onmogelijk om daar
te ankeren, dus we besloten de grotten te laten wat ze waren, helaas,
en door te gaan naar Mezapo, een uurtje verder. Het was heerlijk
zeilen, dat wel, maar ook hier stond de wind NW recht in de haven,
geen beschutting. Het enige wat we konden doen was verder gaan naar
de volgende haven, die 5 uur verderop lag, net achter kaap Matapan.
De wind wakkerde behoorlijk aan en de golven werden alsmaar hoger,
wat waarschijnlijk ook te maken had met de hoge klippen. Tot overmaat
van ramp bleef de kraanlijn ook nog achter de verstaging haken en
moesten we een hele toer uithalen om dat weer in orde te brengen.
Peter moest ook naar voren omdat de pikhaak los was gekomen. Met
die harde wind is dat allemaal een hele toer.
Porto Kayio ligt 5 mijl boven de kaap. Het is een heel desolaat
gebied. Heel kaal en onherbergzaam, er zijn bijna geen dorpen, een
paar kloosters en wat afgelegen huisjes.
Het was al donker toen we de kaap rondden, de golven en de wind
waren nog behoorlijk hevig, windkracht 6/7, maar de koers was ok,
we zeilden ruim voor de wind. Ineens hoorden we iets klapperen,
de spieboom was losgeraakt, hij hing te bungelen tegen de verstaging.
Weer moest Peter naar voren.. Toen we de kotterfok binnen wilden
halen lukte dat niet zodat we verder moesten met een oorverdovend
klapperend zeil. Dan lijkt het ineens heel zwaar weer en je verstaat
elkaar niet meer. We besloten dan maar helemaal af te tuigen, tenslotte
was het nog maar een uurtje tot aan de haven. Inmiddels was het
22.00u.
Aftuigen lukte niet! De wind was veel te hard en ik kon niet in
de wind blijven liggen, de boot ging plotseling door de wind en
de boot hing helemaal scheef naar de andere kant. Peter, die naar
voren was gegaan om af te tuigen stond ineens aan de lage kant tot
z’n knieen in het water. Binnen vlogen alle spullen door het
ruim naar de andere kant, het leek wel noodweer! Dan maar weer verder
zeilen en aftuigen in de luwte van het land. We zeilden zo dicht
mogelijk naar het land in de luwte en daar lukte het eindelijk om
af te tuigen. Peter had de kotterfok inmiddels vastgebonden. Toen
hij weer in de kuip kwam rook hij ineens iets, hij opende de motorruimte:
allemaal rook! De motor was oververhit!
Motor onmiddellijk uit maar nu dreven we weg van het land, de
wind was inmiddels gedraaid. We hesen de genua, dan konden we tenminste
proberen zeilend de haven aan te lopen. Ik maar doorzeilen terwijl
Peter de motor probeerde te onderzoeken. De boot lag inmiddels vol
troep, alles lag kriskras door elkaar op de grond. Ik dacht: dat
wordt zeilend ankeren. Maar naarmate we de haveningang naderden
draaide de wind nog meer. Nu kwam hij recht van het land en om de
haven binnen te gaan moesten we dus kruisen! En de kotterfok kwam
weer los...
Het havenlicht was al lang te zien, maar het duurde uren voordat
we wat hoogte konden winnen, we moesten steeds stormrondjes maken
om door de wind te gaan, overstag konden we wel vergeten met alleen
de genua en die harde wind. Toen de kop van de pier vlakbij was
en de motor inmiddels afgekoeld zei Peter: kom, we riskeren het,
we gaan op motor binnen. Daarna zien we wel weer verder. We hadden
niet in de gaten dat het al 3 uur ’s nachts was, we waren
eigenlijk helemaal niet moe, maar aan het kruisen leek maar geen
eind te komen en het gat was redelijk smal, we konden ook niet inschatten
hoe ver we van de kant zaten.
Het lukte! De motor functioneerde normaal en we ankerden gauw en
zetten meteen de motor uit, die alweer in het rood stond. We wilden
nog even wat eten en we haalden de sardientjes die Peter die morgen
had gekocht naar boven: wat een stank! Ze waren niet meer goed.
Dan maar een omeletje en na een uurtje gebabbeld te hebben vielen
we dan toch in slaap.
De volgende ochtend bleken we een paar meter van de kant geankerd
te hebben, we konden bij wijze van spreken zo door het water naar
de kant lopen. Een wonder dat we niet vast waren gelopen! Toch nog
een geluk bij een ongeluk. De plaats bestond uit twee tavernes en
een paar verlaten vakantiehuisjes. Niet echt een plek om een motor
te laten repareren...
Gelukkig bleek de koeling gewoon verstopt te zijn en we hadden
alle benodigde onderdelen aan boord. We wilden dolgraag een dag
bijkomen, maar er stonden keiharde landwinden die de boot bijna
omverbliezen zodat we zelfs twee ankers moesten steken. En dus na
een dag gingen we maar weer verder op zoek naar een rustig plekje
in de bewoonde wereld om eindelijk eens bij te kunnen slapen, want
we bleken toch wel erg moe te zijn...
Femke, op Naxos, 17 oktober 2004.
Na twee kapen vonden we het wel genoeg. Nu hadden we ook een afspraak
op Milos op 29 september en de kortste weg erheen was via het eiland
Kithera.
De beruchte en gevreesde kaap Maleas hoefden we zo niet te ronden!
Het tochtje zou 7 ½ uur gaan duren, dus weer een hele dag op het
water. We vertrokken vroeg in de ochtend. Wat zag alles er ineens
anders uit! Niet te geloven dat we er zo hadden gezwoegd een paar
dagen geleden. We konden goed zeilen en we besloten naar Dhiakofti
te gaan. Volgens Rod Heikell de beste optie qua beschutting en voorzieningen.
Toen we er arriveerden bleek dat helemaal niet zo te zijn. Het
plaatsje bestaat uit een paar nieuwe hotels en twee tavernes. De
ferries komen daar aan, maar het is echt in the middle of nowhere!
Alles was dicht en er was geen plaats aan de kaai. We moesten weer
ankeren... En het begon weer te waaien. Een verraderlijke landwind
maakte dat we weer twee ankers moesten lanceren. Pas de volgende
dag konden we aan land met onze peddels en het was zelfs zo warm
dat we konden zwemmen. Er bleek een fantastisch strandje te zijn
en dat maakte veel goed.
We moesten wachten op goede wind om de volgende oversteek te doen.
Het was 73 mijl naar Milos, de laatste etappe. Op de 27e vertrokken
we dan om 9.30u om op Milos te arriveren om half drie 's nachts,
drie uurtjes gezeild en de rest op motor. Wat een geluk dat we nog
hadden kunnen zeilen, bij aankomst hadden we nog diesel voor 3 uur
varen! Hadden we dan eindelijk een rustige plek gevonden? We lagen
langszij, er was bijna niemand dus genoeg plaats, maar met de wind
en de disco aan wal (die elke nacht tot 3 uur openbleef) bleek het
toch weer een onrustige plek.
Maar Milos is een mooi eiland. Het heeft de vorm van een open ring
en de enorme baai die daardoor wordt gevormd is eigenlijk de kratermond.
De aanloop is schitterend, je passeert hoge rotsen die steil oprijzen
uit de zee en bij het licht van de volle maan is het echt net een
sprookje. We hadden nog twee dagen om een beetje bij te komen, het
was schitterend weer en we konden de kleren weer eens laten wassen.
Om half elf de volgende avond stapte Dirk van de ferry.

Een weekje te gast op de Vela bij
Peter en Femke.
29 sept - 6 okt
Het is bijna middernacht als de veerboot uit Piraeus de baai van
Milos binnenvaart en de lichtjes van Adamas, het havenstadje, zichtbaar
worden.
Ook in deze tijd van het jaar en op dit late uur van de dag hangt
er die gezellige drukte rond de aankomst van de veerboot, het geroep
en het gefluit van de havenpolitie, het in en uitrijden van de vrachtwagens
en andere lawaaierige voertuigen, kortom goed georganiseerde Griekse
chaos... Al van ver zie ik al de silhouetten van Femke en Peter
op de kaaimuur, hun "hoogteverschil " is onmiskenbaar.
Het is een prettig weerzien, ze zien er opmerkelijk goed uit, mooi
bruingebrand, afgeslankt en een glimlach om jaloers op te zijn…
Die avond, in de kuip van de Vela met een glas ouzo, feta, olijven,
en met de plaatselijke discotheek als achtergrondmuziek, praten
we nog lang over de voorbije maanden.
De volgende morgen straalt de zon aan een blauwe hemel zoals die
alleen in Griekenland blauw kan zijn. Ontbijt met yaourti en psomi
en ik ben stomverbaasd over Femke's kennis van het Grieks. We huren
een autootje voor een dag en laten ons overhalen om naar het mooiste
strand van Milos te rijden, helemaal in het zuiden, totaal afgelegen
maar ook bij andere toeristen niet onbekend… En het is inderdaad
een 5***** beach, prachtig omringd door de rotsen, kristalhelder
water, alleen…de resten van een zeiljacht, over heel de baai verspreid,
laten vermoeden dat er ook ooit andere momenten zijn geweest.
Onder water zien we de kielbalk met ballast, intact met motor en
quadrant, als stille getuigen dat zeilen in Griekenland niet altijd
zonder gevaar is…. Even overleggen Peter en ik nog om de 3-bladschroef
als aandenken mee te nemen, maar die zit zo vast dat we er alleen
pijnlijke vingers aan overhouden, maar goed ook want een gezonken
boot plunderen brengt ongeluk, dat weet iedere zeiler…
Het is verbazend hoe snel je de tijd vergeet in Griekenland, is
het nu vrijdag of.... We gooien de trossen los en puffen naar het
volgende eiland, eigenlijk onbewoond maar vol sporen van leven.
We gooien het anker uit in een verlaten baai, geen zuchtje wind
en in geen tijd ligt iedereen in het water af te koelen. Als de
avond valt sleuren we heel de keuken naar een zandstrandje, Peter
heeft al een vuurtje gemaakt en onder een stralende sterrenhemel
met volle maan grillen we een Deense kip. Met wat verse groenten
en de onontbeerlijke Retsina wordt het een soort van walking-dinner
op een privé-eiland, zo'n tafereeltje dat in iedere vakantiebrochure
wordt gesuggereerd, alleen deze keer is het echt.
Zaterdagmorgen en het weekend is duidelijk begonnen. Enkele Griekse
motorjachten, strijkijzers zoals Peter ze noemt, komen de baai binnengevaren,
gedaan met de rust, dus….ankerop en richting Folegandros. Sympathiek
haventje, en een bezoekje aan de plaatselijke kruidenier is even
de moeite waard: de man stopt ermee, er komt een supermarkt in de
buurt en al wat er nog te koop is gaat weg voor een prikje. Volgend
jaar opent hij een taverna en ik beloof hem dat ik zeker zal langskomen…iedere
uitvlucht om terug te gaan is goed. Het haventje is niet beschut
tegen de Meltemi en als die de volgende morgen opsteekt blijft er
maar één ding over: trossen los en de zee op.
De wind trekt aan maar we zijn perfect gereefd en als mij de helmstok
wordt aangeboden heb ik best wel eens zin om met die "stalen Hollandse"
over de golfjes te rollen. Met halve wind is Santorini perfect bezeilbaar
en na een paar uurtjes zeilen komen de hoge vormen van het eiland
in zicht. We worden de baai letterlijk binnengespoeld maar dan wordt
het gauw rustig en zoeken we een plekje aan een boei in het piepkleine
haventje Armeni dat onderaan Ia ligt, het stadje bekend voor zijn
prachtige zonsondergang. Vela krijgt nog een maxi zeiljacht als
buur, compleet met personeel in uniform. De onvermijdelijke modeshow
die daarna volgt krijgen we er gratis bij vanaf de eerste rij. Voor
de zonsondergang zijn we dan wel te laat maar ouzo en gegrilde octopus
maken dat je niet echt het gevoel hebt iets gemist te hebben.
Voor mij zit de week er bijna op en daarom huren we ook hier een
wagentje om nog iets van het eiland te kunnen zien. En dan komt
die onvermijdelijke laatste dag, nog een laatste ochtendduik in
de warme zee, de laatste keer al die trappen op naar het stadje
boven, (gelukkig draagt Peter mijn rugzak), een laatste rondrit
op het eiland en een laatste keer octopus eten, ( ze hebben ook
andere dingen hoor), en dan…. de ferryhaven. De "Santorini Express"
ligt al te wachten, vanaf nu gaat het allemaal heel vlug; een dikke
knuffel, eventjes een krop in de keel, nog vlug wuiven en dan tot…gauw?!
Als de ferry de baai verlaat zie ik in de verte de silhouet van
de Vela… zouden ze al terug aan boord zijn? De wind wakkert aan
en we varen de nacht in met een 9 à 10 bf. De ferry stampt hevig
en in de bar donderen de flessen en de glazen op de vloer. Nog één
keer laat Aeolos voelen dat alleen met de gunst van de Goden het
voor een sterveling mogelijk is dit paradijs te betreden… Bedankt
Femke, bedankt Peter voor alles, Goede vaart! Dirk Boiy 
Cycladen
Na het vertrek van Dirk moesten we toch weer even omschakelen,
het was zo'n fijne week geweest met z'n drietjes...
Nu begon het nog harder te stormen, NNE 9, de ferry's vertrokken
wel, maar wij konden natuurlijk niet door dat zware weer. Op Santorini
verwaaid liggen is niet zo erg en elke dag een klim van 283 treden
om boodschappen te doen is ook goed voor de conditie.
Op 9 oktober konden we onze tocht voortzetten. De wind zou nog
steeds uit noordelijke richting komen dus de enige optie was richting
oosten te gaan: Anafi, een eilandje niet ver van Santorini. Een
beetje weinig wind, nog een uurtje de spi gezet, maar ook dat hielp
niet veel. Toch een heerlijk rustig dagje. Anafi bleek ook weer
zo kaal te zijn en er is daar in het haventje maar één mini-mini
marketje, dus we moesten wel creatief zijn met koken, maar er was
wel een leuk strandje, waar we een hele dag gewoon hebben liggen
luieren. Wat een luxe!
Na Anafi kwam Amorgos (helemaal op motor overgestoken), waar we
ook weer verwaaid lagen door een meltemi van twee dagen. Dit is
een prachtige plek, maar als het windstil is stinkt de haven naar
het riool en het stikt er van de eenden en ganzen die niet stil
kunnen zijn. Octopussen werden gewoon in de haven gevangen, maar
of je die dan moet eten? Op Amorgos is een heel mooi klooster, hoog
op een berg. Je beklimt honderden trappen en dan kun je de kapel
bekijken van de monniken die je een likeurtje aanbieden. Ook daar
weer veel iconen en kaarsen, zoals je in de Griekse kerken overal
ziet. Het klooster kijkt mijlenver uit over de zee en je hebt echt
het idee dat je aan het einde van de wereld staat.
Op dat moment was er storm op zee en we zagen zelfs af en toe een
wervelwind vanuit onze hoge uitkijkpost. Toen we weer in de haven
kwamen bleek het inderdaad behoorlijk te spoken, de boot werd helemaal
scheef geblazen, het anker kon het bijna niet meer houden! En dat
in een haven, niet echt beschut dus. Met moeite (de buurman moest
er bijkomen voor extra mankracht) konden we het anker op de winch
strakker aantrekken zodat de boot wat rechter kwam te liggen. Nachtrust
was er niet bij helaas, maar tegen de ochtend ging de wind liggen
en zo bleef het zodat we de dag daarna met een gerust hart konden
vertrekken, nu natuurlijk weer zonder een zuchtje wind, het is hier
echt alles of niets blijkbaar.
Femke, op Mikonos, 8 november 2004.
Via Naxos naar Tinos
Ariadne auf Naxos, je ziet de boog al van ver oprijzen uit de zee,
een nooit voltooide tempel gewijd aan Ariadne waar alleen een triomfboog
van bestaat, op een soort schiereilandje dat de haven behoedt tegen
hoge golven uit het noorden.
Toen we het eiland naderden zagen we het al: de ferry's namen een
nogal rare bocht richting bestemming, te wijten aan een paar verraderlijke
rotsjes die net wel en net niet boven het water uitsteken. Overdag
is het al nauwelijks te zien, ik moet er niet aan denken om hier
's nachts aan te komen, er staat niets van in de pilot en de kaarten
zijn niet gedetailleerd genoeg. Laat staan dat ze er een gevarenboei
neerzetten of zo. Nee hoor, niets, ze gaan er vanuit dat iedereen
die hier komt het gebied kent en de toeristen, ja jammer dan...
Dat ging goed, toevallig lazen we dat je er ook ergens een gezonken
ferry moet kunnen zien liggen - niets te zien natuurlijk...
Eenmaal binnen blijkt Naxos de meest beschutte haven van de Cycladen
te zijn, we overwegen of we hier niet kunnen terugkomen binnen een
maand om te overwinteren en bij navraag blijkt het goed mogelijk,
het kost ook niet zoveel en we hebben dan water en electriciteit.
Goed om te weten. Naxos is een gezellig stadje, alles in het wit,
echt een Cycladeneiland. Er is een mooi huis te bezichtigen van
een erudiete familie uit de vorige eeuw. Er klonk vioolmuziek en
er bleek zelfs een klein concertzaaltje in de kelder te zijn. Het
laatste concert van het seizoen was een folkloristische avond met
muziek en dans, maar uiteindelijk zijn we daar toch niet naar toe
gegaan.
Er zijn veel winkels en galeries, maar slechts één supermarkt en
een winkeltje van een oude Griek, waar ik mijn Grieks wel moest
gebruiken (eindelijk, want tot mijn grote frustratie spreken de
meeste Grieken engels...). Er is ook een winkeltje waar je 2e hands
boeken kunt kopen en verkopen, zelfs een hele wand in het Nederlands!
Mijn hart bloeide op toen ik detectives vond van Eckmar (nergens
meer te krijgen bij ons) en een nieuwe ontdekking: Fréderic Dard,
(Franse detectives) en nog enkele prachtboekjes voor maar 2€ per
stuk! Ook onze gelezen boeken konden we daar verkopen, niet slecht,
zo'n initiatief. Op 18 oktober is het dan zo ver, we vertrekken
richting Tinos.
Tinos
Na een wederom windloos dagje op het water kwamen we rond zessen
aan op Tinos. Het eerste wat opvalt is dat alle teksten op restaurants
en winkels en zo alleen in het Grieks verschijnen. Hier komen zeker
niet veel toeristen en het is inderdaad ook een heel ander soort
eiland. Al gauw hadden we de "heilige weg" gevonden, een lange schuin
oplopende weg die naar een groot heiligdom leidt en bedoeld is voor
de talloze bedevaarders die hier met elke ferry heenkomen om het
icoon te kussen dat wordt vereerd.
De meest fanatieke gelovigen kruipen de lange weg op handen en
knieën naar boven (daarvoor is een aparte strook rubber gemaakt
naast het trottoir) en inderdaad is het hier blijkbaar heel gewoon
om kruipende mensen tegen te komen. Overal zijn winkeltjes waar
je flesjes voor het heilige water, kaarsen etc. etc. kunt kopen
ter ere van Maria. Het heiligdom is ook de hele dag toegankelijk
en ziet er van binnen indrukwekkend uit met z'n honderden kaarsen,
z'n zilveren olielampjes en ex-voto's aan het plafond en tientallen
iconen aan de wanden. Mensen die in de rij staan voor het icoon,
mensen die briefjes maken met wensen, die de heiligenbeelden kussen,
die stukjes brood nemen of wijwater. Het icoon zelf is trouwens
nauwelijks te zien, het is helemaal bedolven onder parelsnoeren
en gouden en zilveren sieraden die de mensen er achterlaten.
Op Tinos kunnen we een tijdje in een huisje wonen van vrienden
en als we na een paar dagen de sleutel in handen hebben pakken we
de rugzakken in en nemen de bus naar Dio Choria, een dorp boven
in de bergen. Dit moet het mooiste dorp van het eiland zijn, hier
zit de bron en overal hoor je het klaterende geluid van Tinoswater:
het lekkerste water dat je ooit hebt geproefd. Langs de hoofdweg
en ook op het dorpsplein zijn eeuwiglopende kranen waar rond wasplaatsen
zijn gemaakt met afbeeldingen van heiligen, het zijn een soort kleine
heiligdommen waar je binnengaat om je te laven.
Het dorp zelf is eigenlijk één groot bouwwerk. Alle (witte) huizen
zijn aan, in, onder en boven elkaar gebouwd en er zijn geen straten
maar alleen maar trappen. Alles is oud en je hebt het gevoel dat
je rondloopt middenin een schitterend décor. Daar boven in het dorp
stond ons huisje, het uitzicht over de zee en het landschap is ronduit
magnifiek en de duizenden witte duiven die het eiland bevolken maken
het een ware lust voor het oog.
Voordat de zon op gaat beginnen de hanen al te kraaien en op zondagochtend
krijgt het dorp een extra aparte sfeer: de kerkklokken worden met
de hand geluid, waardoor ze een heel speciale onregelmatige klank
krijgen en dan beginnen de popes (door luidsprekers) te zingen,
zodat iedereen het kan horen, het gezang hoor je door berg en dal
schallen.
Ondanks de herfst is het nog steeds stralend weer en windstil,
zodat we nog altijd kunnen blijven genieten van het zonnetje, hoewel
het nu - inmiddels hier ook wintertijd - om half zes al donker wordt
en dus ook kouder. 's Avonds branden we de houtkachel en zetten
het huis vol kaarsen. Wie zegt dat dromen bedrog zijn moet hier
eens komen kijken...
Femke, op Samos, 15 november 2004.
De weergoden...
Na twee weken op Tinos vioolspelen en de boot opknappen weer tijd
om verder te trekken. Peter heeft hier een prachtige website gemaakt:
http://www.octocelli.be
We willen proberen zo lang mogelijk door te gaan, aangemoedigd
door het mooie weer. Zouden we Turkije nog halen?
We hoorden van een Nederlandse die op Amorgos woont dat december
nog mooi kan zijn en dat in januari zelfs sprake is van “de
kleine zomer”, een opleving in het weer. Februari en maart
zijn daarentegen nog erg koud. Op Tinos heeft het vorig jaar in
februari zelfs nog gesneeuwd. Overwinteren, maar wanneer dan ? De
meeste zeilers zijn in geen velden of wegen meer te bekennen en
een enkele charterboot met Duitsers (“zo goedkoop!”)
riskeert hier drie dagen verwaaid te liggen deze tijd van het jaar.
Maar het weer is plotseling omgeslagen. Eerst ons tochtje naar
Mykonos, waar we onze hoop hadden gevestigd op Delos (oude opgravingen)
bleek een teleurstelling te zijn. Mykonos in november is niet aan
te raden!!! Alles is dicht, het stadje dat in de zomer overloopt
van de toeristen is nu een soort spookstad en als het dan begint
te regenen voel je je echt even heel ellendig worden. De jachthaven
ligt een heel eind uit de buurt en er zijn geen winkels, niets.
Delos konden we ook wel vergeten, je moet er voor anker gaan en
dan met de bijboot aan land, maar we wisten niet of het open zou
zijn en kalm weer was een voorwaarde. Het begon weer te waaien en
te regenen...
De volgende bestemming was Ikaria, waar we op anker zijn gegaan
in Evdhilos (een klein dorp, smoezelig, de Turkse sfeer al goed
te merken) en een zwaar onweer over ons heen kregen. Net toen we
geankerd hadden, in het donker, en we binnen zaten begon het te
plenzen: de weergoden, zijn ze nu met ons of tegen ons ?
Samos
In de windstilte die daar op volgde motorden we snel naar Samos,
in ieder geval beter beschut, tenminste een kaaimuur waar we langszij
konden liggen. Toen we aankwamen in Pythagorion, scheen de zon volop
en konden we buiten zitten eten, de volgende dag hebben we zelfs
gezwommen, het water is nog heerlijk warm. Maar toen we ’s
avonds in de kuip zaten kwamen er twee Grieken naar ons toe, de
een vertaalde de ander die geen engels kon en bleek die ene een
schipper te zijn die ons waarschuwde en ons ten sterkste aanraadde
om weg te wezen, beter nu dan straks. Vlakbij het stadje is een
jachthaven, nog volop in aanbouw, maar wel toegankelijk en goed
beschut. Wij waren in het plaatsje zelf gaan liggen, veel leuker,
maar bij sterke wind helemaal niet beschut. Hij vertelde dat de
weersverwachtingen een zware Zuidooster storm voorspelden, misschien
vannacht al... We hadden ons er eerlijk gezegd nog niet zo mee beziggehouden,
ook omdat we er een paar dagen wilden blijven en de haven zo rustig
was. We bedankten hem uitvoerig en vertrokken meteen.
Het was een uur of tien en al stikdonker. De haven lag een half
uurtje varen van het stadje en gelukkig hadden we dat gedaan, want
inderdaad, de volgende dag begon het me toch te waaien! Echt niet
meer normaal, zoiets hadden we tot nu toe nog niet meegemaakt!
De boot werd helemaal van de kant af geblazen en we legden hem vast
met alle touwen die we hadden (de volgende dag bleek er toch één
te zijn geknapt!!), overal vlogen plastic zakken door de lucht en
bleven steeds kletterend aan de boot hangen; de golven sloegen over
de kaaimuur en tot overmaat van ramp begon het ook nog eens te onweren
en de regen sloeg naar binnen, maar toen sliepen we, ik had uiteindelijk
maar watjes in m’n oren gedaan waardoor ik het niet had gehoord
en Peter die slaapt overal doorheen, zo lijkt het althans als je
in zo’n nacht wakker ligt. Belangrijke boeken waren doorweekt.
Nu moeten we elke dag een half uur wandelen om boodschappen te
doen, maar alles beter dan een gesloopte boot. De boot ligt hier
goed beschut, maar toch is het nog eng genoeg. De voorspellingen
zeggen nu dat er weer een nieuwe storm op komst is, dit keer Zuidwest,
maar tot nu toe is het hier nog rustig gebleven vandaag. Toch durven
we nu niet te vertrekken en dus wachten we af. Wel een stomme plek
hier, het is een soort bouwwerf waar we nu zitten. Er liggen wel
een paar buitenlandse boten, maar er zit niemand op, ze zijn allemaal
voor de winter naar huis. We zijn nu echt wel de laatsten der Mohikanen.
In de havens liggen we meestal helemaal alleen tussen wat vissers.
De herfst is nu echt begonnen, ook hier.
Als de zon schijnt is het heerlijk, maar we hebben het gevoel dat
we laveren tussen de ene storm of onweersbui na de andere. Maar
zien hoe het verder gaat, anders stoppen we met trekken en zoeken
een plekje voor de winter.
We zien Turkije van hieruit liggen, het ziet er uitgestorven uit.
Het stadje op Samos doet Turks aan met allemaal gekleurde huisjes
en een oud kasteel. 
Femke, op Kos, 27 november 2004.
Arki
Eén van de mooiste plekken van deze reis vinden wij Arki.
Arki is een klein eilandje waar slechts 35 mensen wonen, er is één
dorp en dat is het vissershaventje waar wij aan de kaai waren afgemeerd.
Boodschappen doen betekent aanbellen bij het dichtbijzijnde huis
van het winkeltje dat deze tijd van het jaar altijd dicht is en
dan kom je bij een oud moedertje, die je binnen mandarijntjes aanbiedt
en haar zoon belt om de deur te openen. Ze kan niet in de winkel
staan, want ze kan niet lezen of schrijven.
Als je gaat wandelen moet je de hekken (voor de geiten en ezels)
openen en door het woeste land klauteren, dat is heel gewoon. Er
zijn geen wegen, alleen soms een pad en dan kom je in een baai,
onaangetast door de mens, vol aangespoeld hout. Wij stookten er
een vuur om een beetje op te warmen en genoten van de natuur en
het schitterende uitzicht.
Ook hier begon het overigens te stormen, maar de plek is heel goed
beschut, zelfs de beste plek van heel Griekenland volgens de plaatselijke
bevolking. Tijdens hevige regenbuien gingen we een ouzo drinken
in de taverna en kletsen met de vissers.
Kos, dat is dan weer een heel ander verhaal.
Eindelijk weer eens een grote stad, waar we konden mailen en inkopen
doen. De marina ligt een eindje buiten de stad en is heel modern,
met luxe douches en elektriciteit aan boord. Hier kregen we ook
weer stormen over ons heen, we raken er al aan gewend.
Peter, in Bodrum, 30 november 2004.
Kos -- Bodrum
Beter een goede buur dan een verre vriend ? De straat tussen Turkije
en Griekenland is op deze plaats wel héél erg smal, in geen twee
uurtjes ben je in Azië. Ook in Turkije worden we met open armen
ontvangen, al is de procedure om in te klaren anders dan in Ellada:
de volgorde is belangrijk.
Dat gaat hier zo: in de jachthaven koop je een blanco transitlog,
bestaande uit een hele hoop papieren voor in- en uitklaren, eventuele
bemanningswissels, transfers, etc... Daarmee ga je op jacht naar
vier stuks RONDE, RODE stempels. Dus geen groene vierkante gaan
halen !!!
Met de speedboat van de marina word ik snel naar de overkant van
de baai gebracht bij de Port Office, de eerste in de rij van vier
bureau's. Iedereen is erg vriendelijk en relaxed - misschien ook
omdat men overal met één oog naar een soapje op de TV kijkt - op
een halve dag ben ik overal geholpen.
Dus helemaal niet het zo gevreesde 'van-het-kastje-naar-de-muur'.
De volgende dag huren we een klein autootje voor één dag, we willen
absoluut het binnenland in. Net als overal klontert ook hier het
massatoerisme samen langsheen de kust en is er weinig voor nodig
om het te ontwijken. Nauwelijks een tiental kilometer uit de kuststreek
komen we in een andere wereld terecht, het rurale Turkije. Het is
schitterend weer, geen wolkje aan de hemel. Het landschap is ruig
en desolaat maar adembenemend mooi. Het heeft de voorbije dagen
hevig geregend en de wegen liggen er absoluut slecht bij. Enkele
keren begint ons autootje te schaatsen in de modder, maar gelukkig
zitten we nooit vast.
Door het milde herfstweer staan de valleien er opvallend groen
bij. Als we uit de bossen komen zien we dat de olijvenoogst volop
bezig is. De bomen buigen door onder het gewicht van de dikke, zwarte
vruchten. Overal zitten mensen in de schaduw van de bomen samen
te eten, te lachen en te babbelen, omringd door zakken vol olijven.
We stoppen in een klein dorpje - nooit zullen we de naam nog weten
- en gaan onder de bomen op het terras van een theehuis zitten.
Binnen heeft de tijd stilgestaan, alles is compleet versleten of
staat op instorten, het interieur is minstens zo oud als de jeugdfoto
van Ataturk die boven de kachel hangt.
Terug onderweg straalt de streek een bijna onbegrijpelijke rust,
schoonheid en sereniteit uit, en ook de stilte valt ons erg op.
Het landschap is erg afwisselend. De bossen staan vol bijenkorven.
Af en toe zien we een imker druk bezig de honing te oogsten. Dan
komen we weer in een dorp tussen de katoenvelden waar een grote
moskee midden op het plein staat, het overal naar stookhout ruikt
en iedereen druk bezig is zijn 'stiel' uit te oefenen.
De mensen op het platteland dragen vaak nog de ouderwetse klederdracht,
doeken op hun hoofd gebonden en wijde turkse broeken met bloemetjes
motief.
Aan de andere kant van de berg zien we een dorpje waarvan we niet
begrijpen hoe of wat de mensen hier doen om van te leven... Maar
als we terug in Bodrum zijn blijft ons vooral de vriendelijkheid
en openheid bij van bijna iedereen onderweg.
Femke, op Amorgos, 9 december 2004.
Terug in Griekenland
Beladen met een kilo honing, een emmer yoghurt, een nieuwe muts
en T-shirts, de schone was, een fles raki en een grote doos vol
turkse koekjes laten we Turkije achter.
We besluiten Kalymnos aan te doen, niet de grote haven, maar een
kleinere baai: Vathi. Ook dit is weer een unieke plek, ongeschonden
door toerisme. We horen een vreemd geluid: een regelmatig geklop.
Dat komt van een visser die octopussen tegen de rotsen malsklopt.
Hier blijkt veel inktvis te zitten.
Na Turkije valt het ons weer op hoe kaal sommige eilanden zijn.
We blijven hier maar kort en zeilen met een grote omweg (het is
zo’n prachtige dag!) naar Pothia, de hoofdstad van het eiland.
Moeilijk om een plekje te vinden, de haven is een bende, overal
liggen vissersboten en er zijn geen voorzieningen voor jachtjes
als het onze. We ankeren spiegel-tegen in een soort inham die eigenlijk
bestemd is om er een marina te maken, maar nu alleen de kaaimuren
als mogelijkheid biedt. Het stadje is wèl leuk, de negatieve
adviezen van Rod Heikell ten spijt. Alles was versierd voor Sinterklaas,
in Griekenland een belangrijk religieus feest ter ere van Agios
Nikolaos, Sinterklaas en de beschermeling van de zeevaarders. In
Griekenland heet minstens één vissersboot op twee
"Agios Nikolaos". Op 6 december luidden de klokken overal,
alle kerken zijn gepavoiseerd, een vrolijk afscheid voor ons, op
naar Levitha, “the middle of nowhere”.
Levitha, een mythische plek
Hier zullen we helaas niet gauw weer kunnen komen, het is zo afgelegen
dat zelfs de gsm het laat afweten. Er woont slechts één
familie. Een heleboel schapen en geiten bevolken het ruwe rotsige
land en laten hun belletjes klinken.
De laatste boot is begin november vertrokken. Hier komt ook geen
ferry. Het eiland lijkt ons de meest desolate plek van Griekenland,
er zijn zelfs nauwelijks paden en later als de schapen weg zijn
is het hier doodstil.
We ankeren in de beschutting van een baai en gaan met de bijboot
aan land op zoek naar water.
Het enige huis op het eiland is niet ver en we worden vriendelijk
onthaald door een ascetische Griek die echter een wijnkelder blijkt
te hebben met de heerlijkste wijnen, gelukkig heeft hij ook water.
Bij vertrek de volgende dag zit het anker hopeloos vast. Wat we
ook doen, het komt niet los en het zit te diep om er met een pikhaak
aan te kunnen. Er zit niets anders op: Peter moet het water in!
Het water voelt niet koud aan, maar als je erin moet, vijf meter
diep, is het wel iets heel anders. Het anker blijkt met een punt
vast te zitten in de schakel van een grote ankerketting die vastzit
aan een blok op de bodem.
Onze volgende bestemming zal Amorgos zijn, we gaan dit keer echter
naar Aegiali, waar we denken beter beschut te liggen dan in Katapola,
(slechte herinneringen). Hier is het wonderschoon, we wandelen op
een zonnige dag door de olijfgaarden naar het dorp Langada en drinken
een ouzo boven op de berg met schitterend uitzicht over de baai.
De stormen beginnen echter wéér. We hebben er nu
wel genoeg van! Toch slagen we erin om naar Katapola te varen, waar
meer leven in de brouwerij is en waar we dit keer op een betere
plek kunnen liggen. Hier zullen we een tijd blijven, wat een geluk
dat we nu op één van de mooiste eilanden van de cycladen
zijn beland. 
Peter, op Amorgos, 7 januari 2005.
2005
Nu het feestgedruis (??!) hier is weggeëbd en er overal een vijfje
achter staat: Chronia Pola - Gelukkig nieuwjaar !
Om klokslag middernacht schieten we vijf rode lichtkogels af. Uit
een kroegje vlakbij komen twee oude vissers even kijken. Als we
dan met onze zelfgebakken koekjes in twee tavernas de ronde doen,
wordt dat erg geapprecieerd, zo langzamerhand begint men ons hier
te kennen. Maar meer gelegenheden zijn er niet open, dus gaan we
rustig naar de sterren kijken en verder dromen van de reis.
Kerstbomen versieren doen ze hier niet, dat zou nogal belachelijk
zijn trouwens, in plaats daarvan versieren ze een klein bootje,
zo is alles hier verweven met de zee. Dus ook geen kerstballen of
kunstsneeuw. Gisteren zagen we een religieuze dienst vanaf een klein
bootje langs de kade. Twee popes op het bootje die zingend en wierokend
een kruis in de zee gooiden, waarop alle boten en ook de twee grote
ferry's begonnen te toeteren. En bimbam alle klokken !
Gisteren was het een heerlijke dag, in T-shirt wat schilderwerk
gedaan, het leek plotseling wel zomer. Volgens Ursula - een ex-Duitse
met een kruidenierswinkeltje - is dat de 'kleine zomer' en beginnen
vogels plotseling eieren te leggen !! Dag Jan !! , want als ik vandaag
aan boord even ga kijken of alles in orde is, lees ik op de navtex:
LIMNOS RADIO NAVTEX GALE WARNING VALID FROM 071000
UTC TILL 072200 UTC HIGH 1035 OVER NW BALKANS COMBINED WITH LOW
1020 OVER SE AEGEAN AND 1022 OVER EASTERN MEDITERRANEAN AFFECTING:
NW AEGEAN WITH NE GALE 8 AND FROM 071200 UTC LOCALLY STRONG GALE
9 CENTRAL AEGEAN AND KAFIREAS STRAIT WITH NNE GALE 8 AND FROM 071600
UTC STRONG GALE 9 OUTLOOK FOR THE NEXT 24 HOURS: NO SIGNIFICANT
CHANGE
En dat gaat zo al een hele maand door. Eén dag is het rustig, de
volgende dagen weer storm. Het regent hier ook bij voor een héél
jaar, de Grieken zijn er blij mee.
Bertrand, een franse solozeiler, is enkele dagen geleden vertrokken,
volgens ons naar Naxos, hij lag op drie ankers in de baai verderop,
maar dat is onhoudbaar bij harde N-wind. Vela ligt hier op de beste
plaats van heel de haven, daar waar de kaaimuur een hoek maakt.
We kunnen haar afspannen zodat ze van de kade af wordt getrokken.
Ze ligt bijna altijd met haar neus in de wind en ze kan - met haar
tien fenders - haar gangen gaan.
Dat doen wij dus ook: lezen, brood bakken, winkelen, lekker koken,
internetten, sites maken, componeren, DVD films kijken, etc...
Erg, hé ?
Femke, in Trizonia, 18 maart 2005
Amorgos
Amorgos is echt schitterend, je kunt hier heel mooi wandelen en
dan kijk je uit over de zee en zie je de andere eilanden prachtig
liggen. Het is hier erg rustig, de meeste mensen wonen in de winter
in Athene en komen in het toeristenseizoen naar Amorgos. Nu zijn
er alleen wat vissers. Een paar winkeltjes en taverna’s zijn
open.
Wel fijn om even niet op de boot te leven, vind ik.
Met Anna, een leuke Nederlandse vrouw die hier een cybercafé
en twee hotels runt, en Apostoli, één van haar zoontjes,
zijn we op een ochtend chorta gaan zoeken. Dat zijn kleine plantjes
die tussen de rotsen groeien en die je met een mesje moet uitsteken.
Het zijn verschillende soorten en er zit ook paardebloem bij. Sommige
plantjes zijn bitterder dan andere en als je een goede mengeling
maakt krijg je een heerlijke smaak. Je moet het koken als spinazie.
Het slinkt enorm dus je hebt heel wat nodig. Het schijnt erg gezond
te zijn, veel mensen zoeken en eten het hier nog.
De plantjes groeien alleen in de winter. We kregen ook zeezout van
Anna, zelf van de rotsen gehaald. Alles is hier zo zuiver, je hoeft
niet bang te zijn voor vervuiling. Geen wonder dat de mensen hier
zo oud worden!
Naxos
Na drie weken nemen we afscheid van dit zo geliefde eiland en in
een windstilte tussen twee stormen in tuffen we naar Naxos. Daar
hopen we wat meer leven te vinden en dat is ook inderdaad zo, maar
de sfeer van de vorige keer is er niet meer. De meeste terrasjes
zijn weg en tijdens de veelvuldige stortbuien krijgt de haven een
smoezelige troosteloze aanblik. We liggen in eerste instantie langszij,
goed beschut zover mogelijk binnen de haven, maar de tweede dag,
als we even een koffie zijn gaan drinken, worden de trossen losgegooid
door een bende Egyptische vissers en we vinden de Vela terug langszij
een enorme vissersboot, boodschap: wegwezen! We leggen ons dan maar
aan een laid mooring totdat Kostas, de havenmeester ons komt waarschuwen
voor een komende storm van 11BF. We voelen ons hier niet wat je
noemt welkom, maar uiteindelijk vinden we dan toch een beschut plaatsje
waar we twee weken zware storm en regenbuien zullen moeten trotseren.
Gelukkig is er electriciteit en hebben we dus verwarming en eindelijk
kunnen we ook DVD’s kijken op de laptop, een nieuwe verslaving
dient zich aan. Elke dag twee films en de dagen vliegen voorbij.
Syros
Maar op Naxos hebben we het na 14 dagen echt wel bekeken en dus
zodra het gaat met het weer zijn we alweer weg. Op 28 januari komen
we aan op Syros.
Dit is de hoofdstad van de Cycladen, heel gezellig en vooral de
haven midden in het centrum lijkt veelbelovend. Alleen raar dat
er niemand ligt.... Na een nacht weten we het, dit is onmogelijk.
Telkens als er een ferry komt verandert de haven in een grote kolkende
massa en slingert de Vela vervaarlijk richting kaaimuur. We vertrekken
dan ook gauw naar de vissershaven iets verderop, niet zo gezellig,
maar echt de enige optie voor ons. Er is één plekje
waar we kunnen liggen, alleen bij Zuidenwind, denken we, zouden
we ook daar tegen de kade aangeplakt worden. De winden zijn voorlopig
noordelijk dus maken we ons geen zorgen. We zoeken een hotel in
de buurt, want er is geen elektriciteit in de haven en de stormen
(ijskoude N-wind) blijven maar komen.
De 40 dagen die we uiteindelijk op Syros doorbrengen worden goed
besteed, zoals het winterslapers betaamt: we koken elke dag heerlijk,
we studeren, mailen en kijken minstens twee films per dag tot we
fictie en werkelijkheid niet meer van elkaar kunnen onderscheiden
en we onze helden en heldinnen van het witte doek echt beu zijn:
Bette Midler, Clint Eastwood, Antony Hopkins, Neve Campbell, Jeremy
Irons, Nicole Kidman, Roberto Begnini, The Sopranos, Hitchcock,
de Hulk, Gwynett Palthrow, Ludivine Sagnier, enz enz.
Op 15 februari in de vroege ochtend komt Ioannis (John), onze hotelbaas,
op onze deur bonzen: ga snel kijken naar de boot! We staan verschrikt
op: Zuiderstorm 11BF en Vela heeft schade opgelopen. Er zit niets
anders op dan de boot op het droge te zetten en de schade te laten
herstellen. Gelukkig is de Vela goed verzekerd en doen de Grieken
degelijk en snel hun werk.
Eén van de laatste dagen op Syros lukt het ons dan eindelijk
om een Griekse musicus te ontmoeten. Plotseling begint de muziek,
die we hier al een half jaar tot in den treure horen in alle tavernes
en op elke radio en tv, te leven. Ineens kijken we recht in de ziel
van Griekenland. Het dringt tot ons door dat je een volk pas echt
leert kennen door middel van hun muziek. Ook de manier waarop is
een hele belevenis. Niets bladmuziek, alles gaat op gehoor en gevoel,
rechtstreeks van mens tot mens, heel bijzonder. Zo eenvoudig maar
zo diepgeworteld in de cultuur. Elke Griek kent de melodieën
en zingt ze mee en dat al generaties lang. Soms denk je dat je Turkse
muziek hoort, maar andere nummers zijn dan weer heel ‘Europees’.
De muziek weerspiegelt de brug tussen Oost en West. Er klinkt vreugde
in door, maar vooral ook de melancholie en de oneindigheid van de
zee, de onoverbrugbare afstanden en de vergankelijkheid van het
leven.
De Grieken
Onze indruk is dat de Grieken op de eilanden over het algemeen
niet erg bezig zijn met andere culturen: ze luisteren bijna uitsluitend
naar Griekse muziek, ze eten bijna uitsluitend Grieks eten, schilderen
hun huizen in de kleuren van de Griekse vlag en spreken en schrijven
meestal alleen Grieks, wat dan ook weer betekent dat ze slecht toegang
hebben tot het internet en weinig communiceren met de buitenwereld.
Bovendien zijn de afstanden groot over zee, de drempel is daardoor
van oudsher hoog om zich te verplaatsen, veel mensen vertrekken
naar Athene en komen alleen nog voor de vakanties naar de eilanden,
jonge mensen willen niet meer achter de geiten aanhollen en gaan
studeren; veel mannen op de eilanden vinden daardoor geen vrouw
en zoeken via het internet hun heil in het Oostblok.
Maar de Grieken hebben natuurlijk zelf ook heel veel: zon, zee
en wind, cultuur, natuurschoon, tijd en ruimte ; zaken waar wij
in het Noorden vaak alleen maar van kunnen dromen.
Al met al zijn we erg gehecht geraakt aan Griekenland, een land
waar iedereen alleen in de zomer komt, maar waar wij alles hebben
meegemaakt behalve de zomer.
Lente
En ineens is het lente. De lucht klaart op, de vogeltjes beginnen
te fluiten en de zee lokt intens blauw: Tijd voor andere horizonten.
We nemen afscheid van John, moeder en dochter van de roomservice,
de onvergetelijk lekkere mavro psomi en de videotheek en vertrekken
voor een tochtje van 20 uur naar Aegina. Daar slapen we een gat
in de dag en worden gewekt door een carnavalsoptocht. In Griekenland
duurt carnaval een paar weken, met een enorm feest op de laatste
dag. ’s Avonds is het zover: een enorm vuurwerk luidt de festiviteiten
in, maar we zijn helaas te moe van de oversteek en laten ons in
slaap wiegen door het geluid van de golven vermengd met het geknal
en gebonk van het gemaskerd bal.
Peter, in Syracusa, 9 april 2005.
Ellada
Na Aegina zeilen we voor de wind naar het kanaal van Korinthe.
Aan de ingang draaien we op en gaan langszij de loodsboot liggen,
bij deze wind en stroom zijn de kaaimuren ons iets té geweldig.
Geen tien minuten later is alle papierwerk in orde en hebben we
het kanaal voor ons alleen. Nadat de eerste van de twee bruggen
is gezakt - die laten ze gewoon op de bodem neer - krijgen we groen
licht. Het kanaal is een diepe kloof in de gele zandsteen met boven
ons heel hoge spoorweg- en autobruggen, na een halfuurtje zijn we
erdoor en lopen we Korinthe aan. Bij het diner in de haven besluiten
we om na Korinthe ook Suez en Panama aan te doen !!!
De volgende dag gaan we west en komen in een schitterende omgeving
terecht: Zwitserland aan de Middellandse Zee. Korinthiakos Kolpos
en Patraikos Kolpos met zijn hoge, besneeuwde bergtoppen, een oneindig
uitzicht en een heldere, rimpelloze zee. Koel maar toch hartverwarmend,
ook hier is Griekenland geen land, maar een universum.
We lopen Galaxidi aan, een kreek middenin de cypres- en cederbossen.
Het verschil in natuur met de Kyklades is opvallend, het is hier
koel en groen. De volgende dag staan we voor het orakel van Delphi.
Altijd al benieuwd geweest wat ze daar over ons gingen zeggen...
In elk geval komen we twee dagen later aan op Nisos Trizonia, dat
een parel van een eilandje is, haast onbewoond maar met prachtige
olijfgaarden die vol staan met de heerlijkste chorta. Op de verlaten
kade vinden we nog sporen van een bloeiende winterse 'community'
: roestige BBQ's, een franse menukaart ('€ 22 tout inclus
et Ouzo à volonté'), bergen afval en een groot aantal verlaten zeilboten
waarvan we hopen dat ze ooit nog eens het ruime sop mogen kiezen...
Met een krop in de keel en pijn in het hart verlaten we op 30 maart
- na zeven maanden - vanuit Levkada op Levkas ons zo geliefde Ellada.
Op 1 april komen we aan in Syracusa, op Sicilia, een halte op weg
naar Tunisia.
Peter & Femke, in Mahdia, 17 april 2005.
Tunisia
Levkada - Syracusa - Marzamemi - Mahdia
Tijdens de oversteek van de Ionische Zee (280 mijl) worden we dag
en nacht begeleid door uitbundige scholen dolfijnen en we zien ook
af en toe zeeschildpadden. Als we dan na 60 uur 's nachts aankomen
in Syracusa vinden we nog een trattoria open en doen er ons te goed
aan 'slow food'. Syracusa is een statige en mooie Siciliaanse stad
maar met veel vergane glorie.
Maar het weerzien met Italia doet ons weer goed. Vlakbij de haven
is een grote markt met alle heerlijks dat je maar kunt dromen. Nadat
we meer dan een week verwaaid liggen aan de kade willen we weg,
Malta, Lampedusa of Tunisia. De meteo is nog steeds erg slecht maar
op 22 mijl ligt Marzamemi, op een zuidelijke koers en dus tegen
de stormachtige westenwind beschermd door het land.
We zijn blij als het eindelijk opklaart en we erheen kunnen. Een
typisch Siciliaans vissersdorpje, rommelig, traag en zo stil als
een leeg filmdecor. Het is hier natuurlijk ook dé uithoek van Sicilië.
Het dorpje heeft een eigen 'tonnaria', wat ze daar allemaal doen
met tonijn ! Het kan niet anders of Italianen hebben hun tong en
gehemelte 'in kaart' gebracht, zoveel verschillende smaken blijken
er in een grote tonijn te zitten. Op grote paletten liggen blokken
ingezouten tonijnkuit van een halve meter lang te drogen. Verder
gerookte en gedroogde filets, gepekelde borststukken, 'sterke-smaak'
filets, extract (???), vismeel voor in saus of soep, carpaccio,
tonijnolie, op velerlei wijze ingeblikt vlees en gezouten of gerookt
kuit.
Storm
We besluiten om over te steken naar Mahdia (Tunisia), 213 mijl
in één trek, dus geen Malta, Pantelleria of Lampedusa. Voor vertrek
uit Syracusa en Marzamemi volgen we nauwgezet de meteo via Internet,
marifoon en navtex. Het spookt al een tijdje in Sicily Strait -
het gebied tussen Tunisia en Sicilië - er is zelfs een schip
vergaan. We zijn nogal sceptisch over de meteovoorspellingen. Over
de 22 mijl van Syracusa naar Marzamemi deden we tweemaal zolang
als voorzien. Het weer was helemaal anders dan de voorspellingen.
De volgende dag, 14 april, vertrekken we voor een oversteek van
213 mijl naar Mahdia. De meteo geeft goede wind aan, maar als we
nog langer wachten gaat de wind weer aanwakkeren, dus het is nu
of nooit. We hebben niet veel vertrouwen meer in de voorspellingen,
maar we hebben bij deze oversteek genoeg uitwijkmogelijkheden: Malta,
Linosa of Lampedusa.
We gooien los om 1520 u. Rond die tijd zou de wind gaan draaien
naar Zuidoost. Het ziet er goed uit: Zuidoost 3, daarna Oostenwind
en dan Noord 6, later 5. Op ware koers 254° wordt dat heerlijk zeilen.
Alles gaat goed, we genieten van de sterrenhemel en de fauna onderweg.
Er is weliswaar niet veel wind, de motor en Bobke (de stuurautomaat)
doen hun werk, maar slapen lukt niet erg bij dat geronk. Dan, na
zonsopgang begint dan eindelijk de Zuidoostenwind te waaien en kunnen
we zeilen. Die nacht wordt het weer windstil, een raar fenomeen
doet zich voor: je bent heerlijk aan het zeilen bij 5 BF en ineens
valt de wind compleet weg. Dan, na 5 minuten komt er een 5BF opzetten
vanuit precies de andere richting. Je zet de zeilen om en na tien
minuten valt de wind weer compleet weg en draait weer 180°.
Dit gaat zo een paar uur door, wanneer komt die Noordenwind nou
eens, denken we. De weerberichten komen niet meer door op de navtex.
Misschien is dat vlagerige een voorbode van storm, denken we achteraf...Als
de Noordenwind dan eindelijk doorzet kunnen we een paar uur heerlijk
zeilen. Bij de wisseling van de wacht om 5.00 u wakkert hij al behoorlijk
aan en strijken we de genua.
Rond 11.00 u, op 40 mijl van Mahdia, staat er op de navtex :
Sicily Strait SE Wind Force 5 Becoming NWesterly
Gale 8
Op dat moment zitten we er al middenin.
Maar een 9 BF wel te verstaan! Zwaar gereefd is het geconcentreerd
werk. Vela
doet kranig werk, het is een stevig scheepje. Af en toe komen zeeschildpadden
voorbijdrijven, die schijnen zich niet veel aan te trekken van het
gebulder. Ik vraag me af wat er zou gebeuren als er eentje samen
met een golf in de kuip zou belanden. (Weet iemand hoe je zoiets
moet bereiden?). Binnen is het eigenlijk best te doen, we kunnen
redelijk goed slapen. Natuurlijk verliezen we wel tijd, we trimmen
het zwaar gereefd grootzeil (te) slap, dan liggen we niet zo schuin,
maar nog strak genoeg om bestuurbaar te zijn, alhoewel de snelheid
2 à 3 knopen is en de koers lichtjes gewijzigd. Af en toe
komen de golven helemaal van voor over de punt in de kuip. Gelukkig
hebben we uitstekende pakken, maar onze kleren raken toch doorweekt.
Dan, na 12 uur gevecht tegen woeste golven en een wind die niet
minder wordt dan 7 BF komt er land in zicht. We speuren de kust
af naar een haveningang, maar er is niets! We snappen er niets van,
tot we op het lumineuze idee komen dat de haven zich weleens aan
de andere kant van de kaap kan bevinden.. Door de storm zijn we
ten noorden van de kaap uitgekomen en uit de kaart konden we niet
opmaken waar de haven precies lag. We ronden de kaap bij het licht
van de ondergaande zon en ja hoor, daar is de haveningang.
We leggen de boot langszij aan het bezoekersponton. Snel strijken
we de Italiaanse vlag en vol schaamte beken ik aan de havenautoriteiten
die daar gedrieën klaarstaan in vol ornaat, dat we in Italië
geen Tunesische vlag konden vinden. Vol ongeloof worden we aangestaard:
Italië ? Onmiddellijk komt iemand aangelopen met een prachtige
Tunesische vlag en als deze dan eindelijk in de zaling hangt te
wapperen en de formaliteiten zijn afgerond kunnen we eindelijk ons
laatste flesje ouzo kraken en met een voldaan gevoel voet aan land
zetten: Afrika !
Peter, in Sidi Bou Saïd, 5 mei 2005.
Monastir
Nadat we schoonschip hebben gemaakt en wat zijn bijgekomen van
de storm laten we Mahdia - een smoezelig maar gezellig vissersstadje
- voor wat het is en vertrekken na vijf dagen naar Monastir. Tijdens
het tochtje van 22 mijl beseffen we maar al te goed dat de Tunesische
wateren eigenlijk heel ondiep zijn. Onderweg moeten we het eilandje
Kuriat heel ver van de vuurtoren buitengaats ronden en toch staat
het echolood soms op minder dan twee meter ! Ik sta aan het roer
en begin erg nerveus te worden door al die verschillende kleuren
van de zeebodem links en rechts van de boot. We zullen ons toch
zeker niet vastvaren ? Hoe komen we hier dan ooit nog weg ? Rotsen,
wier, licht en donker, het is zo helder dat het lijkt of er helemaal
geen water is. Gelukkig heeft Fems geen oren naar mijn gesakker
en gaat ze op de preekstoel staan vanwaar ze mij de vaarrichting
aangeeft. De stand van de zon helpt ook mee en een uur later zijn
we erdoor en staat het lood terug boven de vijf meter.
Monastir is een kleine, overvolle jachthaven met een drukke werf.
Arbeidsloon is laag in Tunesië dus laten veel zeilers er hun boot
opknappen. De winterse community is nog niet uitgewaaierd en we
zien oude bekenden van Camerota (zomer 2004!) terug.
In het stadje kunnen we echt alles vinden wat we nodig hebben,
overal overvloed. In de vismijn zien we op één uur
meer vis dan op heel de reis tot nutoe samen. Als ik aan de motor
werk en de drijfriemen vervang hoor ik een krakend geluid in de
dynastart. Die kunnen we natuurlijk niet missen, nu niet en zeker
niet met al die sluizen van juni en juli op komst, dus bouw ik hem
uit en ga 'de baan op' met het loodzware ding in mijn rugzak.
Gelukkig weet Gerard (Camerota) een betrouwbaar atelier in de
vissershaven, vijf kilometer verderop en leent hij me zijn vouwfiets.
De lagers worden vervangen en na revisie monteer ik alles netjes
terug. Voorzichtig proefdraaien en alles is weer terug in orde.
Die voortdurende zorg voor alle materiaal zijn we ondertussen al
gewend.
Sahara
We gaan vier dagen naar het diepe zuiden, ik zie niet op tegen
een rit van meer dan 2000 kilometer, al besef ik pas later dat het
er zoveel zijn geweest.
Op het platteland is er niet zoveel verkeer en zijn de wegen gewoon
goed. We kijken vol ongeloof naar de andere weggebruikers: camions
met opeengestapelde schapen, slingerende hooiwagens, opleggers met
aan elkaar gebonden kamelen, woestijntrucks, ... Ook hebben huurautos
hier geen witte maar een blauwe nummerplaat dus worden we bij het
binnenrijden van Kasserine al meteen omcirkeld door toeristenkloppers
op hun bromfietsje: "Bonjour Chef, ça va Chef ?"
Overal langsheen de baan zijn kleine restaurantjes en zien we honderden
barbecues staan met smeulende kolen. Er hangt overal een versgeslacht
lam kop omlaag leeg te bloeden. Ook dromedarisslagers met vastgebonden
dromedarissen en gespieste koppen als uithangbord.
Hoe verder we naar het zuiden rijden, des te minder verkeer is
er. Het landschap wordt steeds armer en kaler. De streek rond Matmata
doet leeg aan want de mensen leven als mollen, er zijn geen huizen
meer want iedereen woont onder de grond.
We rijden verder tot we niet meer verder kunnen, soms omdat de
wegen ophouden of wegens de Algerijnse grens. Die naderen we tot
op 8 km waar we op een legerpatrouille stuiten die ons vriendelijk
maar kordaat terugwijzen.
De grote leegte komt op ons af, 1OO km lang, op een kaarsrechte
baan door een immens zoutmeer, dat soms droog staat of zoutpoelen
heeft waaruit zout wordt gewonnen. Het lijkt wel een héél
lange Afsluitdijk.
Maar in een oase aangekomen blijkt er ineens een explosie van leven
te zijn met kabbelende beekjes, watervalletjes, bloemen, dadelpalmen,
grasvelden en bloeiende appelsienbomen.
Maar in dit prachtige land zijn er teveel mensen die ons enkel
maar zien als wandelende portefeuille. Overal waar we komen dringen
de mensen zich aan ons op, ze hebben er een hele truukendoos voor,
soms gewoon lachwekkend. "Hallo, herkent U mij niet ? Ik ken
U, ik werk in het restaurant van uw hotel, hoe gaat het ?".
Of ze zijn ober in onze hotelbar !
Het is hier onmogelijk om een gewoon, rustig gesprek te hebben
met Tunesiërs zonder dat er vervelende dingen ontstaan. Overal lopen
de zelfbenoemde 'gidsen' ons voor de voeten. Noodgedwongen passen
we ons gedrag en - vooral - onze lichaamstaal drastisch aan. Omdat
we allebei goed Frans spreken - meestal veel beter dan de locals
- lukt het ons aardig om met rust te worden gelaten. We hebben het
na drie weken allang opgegeven om ons voor de plaatselijke bevolking
te interesseren, zo erg hangt het ons hier soms de keel uit.
Maar er zijn ook Alain, Astrid en David. Het is goed om 's nachts
in de gezelligheid van de kuip van gedachten te wisselen over onze
ervaringen hier.
Femke in Torre Grande, 16 mei 2005.
Kelibia -- Sidi Bou Saïd
We vertrekken heel vroeg in de ochtend, de zon is nog niet op,
samen met David met de afspraak om elkaars boten te fotograferen.
Dat was al lang een droom van Peter, een paar mooie foto’s
van de Vela in actie. De wind is heel gunstig, we kunnen het hele
eind van 60 mijl zeilen. We hijsen de spinnaker en vlinderen uren
met alleen twee voorzeilen, de spi uitgeboomd. Schitterend! De foto’s
liegen er niet om, het was één van onze geluksdagen.
Sidi Bou Saïd is een luxe-marina, waar je struikelt over de
bewakers, zelfs de douches waar je de buitendeur moet afsluiten
(waarvoor eigenlijk, vragen we ons af), zijn bewaakt. Hier wonen
de rijken van Tunesië, ook de president heeft er zijn optrekje,
zijn eigen vliegveld en ontvangstpaleizen. De president, Ben Ali,
wordt hier mateloos vereerd, overal hangt zijn foto, in elk klein
winkeltje, kantoortje, op vissersboten (afgedrukt op vlaggetjes)
en zelfs bij de mensen thuis, zoals we zagen bij Habib en Jamilla,
een visser en zijn vrouw, waar we een keer thee met pijnboompitten
zijn gaan drinken. Habib gaf ons het recept voor couscous.
In Sidi Bou Saïd zullen we een week blijven om de tijd door
te brengen met familie. Na een jaar ga je ze echt wel missen! En
toch, als je ze dan weer in je armen sluit, is het net of je ze
gisteren nog hebt gezien.
Breg, terug thuis, 11 mei 2005.
Een onverwacht kado
Samen met mijn moeder een weeklang naar Tunesië waar ik na
ruim een jaar eindelijk Fem en Peet weer zou ontmoeten.
Na een goede voorbereiding (tenslotte liet ik Peter, mijn man,
achter met onze vijf kindjes) komen we middenin de nacht aan in
het warme Tunesië. Een prachtig vijfsterrenhotel aan de kust
in het plaatsje Gammarth zou een weeklang onze uitvalsbasis zijn.
Onze hotelkamer bood uitzicht op een groot zwembad met gezellige
parasolletjes. Van de ene wereld stapten we zomaar in een compleet
andere. Het koude hectische Holland maakte plaats voor het aangenaam
warme relaxed Afrika.
Zolang we in het hotel waren voelden we ons omringd door luxe,
rijkdom, een stijlvolle bediening, heerlijke hapjes en een uitstekende
verzorging. Alles zag er schoon en verzorgd uit. Een prettige manier
om je te ontspannen. We hebben ons in het hotel laten verwennen
door een massage en elke ochtend begonnen we de dag met een frisse
duik in het zwembad.
Maar zodra we een taxi namen werden we geconfronteerd met de armoede van het binnenland. Het land is dor en droog, behalve
dan het noordwesten. Daar komt bijna de hele landbouwproductie vandaan.
De Tunesiërs zijn een levendig volk. Ze rijden met hun ezelskarren
als gekken door de smalle straatjes. Auto's, waarvan je het vermoeden
krijgt dat de bodem er elk moment uit kan vallen, rijden kriskras
over de wegen door elkaar met daartussendoor de overstekende mensen
en dieren! Doodeng naar Europese begrippen. Volgepropte bussen,
moeders met baby's op schoot op de voorbank van een auto, zonder
gordel om.
Maar dat is iets anders dan de stress die wij kennen in onze cultuur.
Het is in Tunesië (bijvoorbeeld
in de stad Tunis) een drukte van jewelste als je over de markt loopt,
maar er is geen haast, geen stress, geen agressie.
Het is mooi om te zien hoe mensen die niets hebben, van elkaar
genieten, van hun werk en van het leven. Ze nemen de tijd voor een
kopje thee of een uurtje zitten aan het strand. Tijd voor een praatje
en gastvrij naar buitenlanders. Het is erg om te beseffen dat mensen
die in Europa alles hebben, gevangen zijn in hebzucht en ten onder
gaan aan stress en tijdsgebrek. Geen ruimte meer hebben in hun hart
voor buitenlanders... Geen ruimte meer hebben in hun land voor andersdenkenden
en zich afsluiten, om maar niet te onder te gaan in hun weelde.
En het is heerlijk om daar eens even van los te zijn. Heerlijk
om eens te kijken naar hoe anderen creatief zijn en praten met elkaar.
Peter en Femke hebben ons uitgenodigd op hun Vela waar we alle
foto's hebben bekeken van hun reis. Wat een ervaringen, wat een
verhalen, wat een geweldige onderneming, zo'n reis. We kregen heerlijke
kruidenthee en ze hadden een heerlijke 'couscous Vela' voor ons klaargemaakt. Zo gezellig.
Het was goed om op adem te komen.
De dagen daarna hebben we diverse uitstapjes gemaakt. Alles is
daar bereikbaar met een taxi. Of een gehuurde auto, natuurlijk.
Dat laatste hebben we ook twee dagen gedaan. Peter was onze chauffeur
en zo reden we kilometers langs de kust van Tunesië om kennis
te maken met het land. Het was heerlijk weer en we hadden de tijd.
Dus mam en ik genoten.
We zijn in Nabeul geweest, Tunis, Bizerte, Carthago en Sidi Bou
Saïd. We zijn gereden door verschillende landschappen: vlak,
woestijnachtig, heuvelachtig, dorpjes en stadjes... We hebben de
ruïnes van Carthago vanaf een afstandje gezien, velden vol
olijfbomen, de blauwgroene zee en ommuurde haventjes vol vissersbootjes.
We hebben bitterzoete muntthee gedronken op mannenterrasjes, proberen
te plassen op de meest vieze toiletpotten tussen Gibralter en Istanbul,
afgedongen in de medina en geroken aan geitenleren lampenkapjes,
tasjes en etuitjes. We hebben 'Allah is groot' horen schalmen door
de straten op het uur van gebed, Tunesische muziek beluisterd, de
waterpijp geroken en een buikdanseres gezien. We zijn in een Hammam
beurs gekneed - en met eeuwenoude kennis van zaken - door oude Tunesische
vrouwen.
Dankjewel mam voor dit fantastische kadoo en deze bijzondere tijd
met jou. Dankjewel Peter en Femke voor deze geweldige ontmoeting
met een andere manier van leven. Het was vreemd om afscheid te nemen.
En ook weer niet. Toen ik hen weer zag na zo'n lange tijd was het
als vanouds. En daarom zal het ook straks weer als vanouds zijn
als ze in juli weer terugkomen.
Of het voor hen ook als vanouds is in de Vlaamse cultuur...dat
betwijfel ik. Hun leven zal voorgoed beïnvloed zijn.
Femke in Torre Grande (2), 16 mei 2005.
Weer naar Italië
Na een heerlijke vakantieweek nemen we hartroerend afscheid en
maken ons klaar om te vertrekken. We hebben nog 2 maanden, niet
te geloven dat we weer naar huis moeten. De gedachte lokt ons helemaal
niet aan, na zo’n lange tijd is reizen een manier van leven
geworden. We zijn erdoor veranderd en het leven thuis lijkt iets
onwerkelijks uit een grijs verleden.
Maar eerst hebben we nog een paar weken Sardinië voor de boeg.
Het weer is zomers en we willen hier nog ten volle genieten voordat
de kanalen in zicht komen.
De oversteek verloopt rustig, we komen om 3uur ’s nachts aan
in Carloforte op Sardinië.
En de volgende dag, terwijl de plaatselijke bevolking zich opmaakt
voor het dagelijkse flaneeruurtje, zitten wij te genieten van een
ijsje en de klanken van ruziënde Italianen klinken ons als
muziek in de oren.
Golf van Oristano
Het weer is zo rustig, dat we besluiten om voor anker te gaan in
de baai van Oristano. We kunnen weer zwemmen, al is het water nog
erg koud. Als we aan land gaan blijken we middenin een antieke stad
(Tharros) te zitten, waar de mensen allemaal entreegeld voor hebben
betaald. Als twee dieven klimmen we over het hek. Hoe moeten we
anders in het dorp komen?
De volgende dag ziet er hoopvol uit. Een heerlijk westenwindje blaast
ons naar de volgende bestemming, weer een ankerplek. Er zijn hier
niet veel havens.
Oog van de naald
Als we schuinhangen draaien we altijd de kraan van de afvoer in
de keuken dicht, door het principe van communicerende vaten staat
er altijd wat zeewater in de gootsteen en we hebben geen zin in
een natte kombuis.
Ik probeer de kraan dicht te draaien, maar dat lukt niet echt.
Ik probeer het nog eens en dan plotseling sta ik met de kraan in
m’n hand en spuit het zeewater naar binnen. We schrikken ons
dood! De kraan is afgebroken en door het gat met een diameter van
5 cm gutst zeewater met bakken de boot in! We kunnen het gat met
een hand dichthouden, maar hoe lang hou je zoiets vol? We starten
de motor, tuigen af en maken rechtsomkeert naar de haven van Torre
Grande, ongeveer 15 mijl terug. Gelukkig hebben we houten stoppen
aan boord en één ervan past redelijk in het gat. Dit
houdt het water voorlopig wat tegen. Om 3 uur zijn we in de haven.
We hebben het gat inmiddels dichtgekregen met de stop, plastic zakken
en elastiek. We schatten dat er ongeveer 60 liter water binnengekomen
is.
Vandaag is het pinksterzondag. Alles is dicht en de haven ligt
10 km van het eerste stadje. We realiseren ons heel goed wat er
had kunnen gebeuren. De kraan in de keuken was het enige onderdeel
dat we niet van te voren hadden vervangen, het was volledig doorgeroest,
maar dat kun je niet zien aan de buitenkant.
Om het weer in orde te krijgen moet helaas de boot uit het water,
al is het maar een half uurtje. We maken een deal met de havenmeester
om de job te doen, maar dan steekt er een storm op en uiteindelijk,
na 3 dagen, als de wind weer is gekalmeerd, repareren we het euvel
en vertrekken de volgende dag naar Alghero.
Peter, in Valence, 12 juni 2005.
Alghero - Carro - Port Saint-Louis du Rhône
Langzamerhand beginnen we toch te beseffen we dat onze dagen in
het paradijs geteld zijn. Maar we zitten op schema dus doen we ons
best om het ervan te nemen. Maar eigenlijk hoeft dat niet, je best
doen, bedoel ik. Het komt gewoon op je af hier. Alghero is een prachtige
stad en er zijn mooie ankerplekken vlakbij. Al snel gaat het er
weer 'op z'n Grieks' aan toe. 's Nachts babbelen bij het licht van
de sterren en rond een kampvuur op een verlaten strand een eindeloze
barbecue houden.
En dan is het tijd om onze laatste oversteek te doen. Ik hang met
Fems over de kaart. Ze heeft een rechte lijn naar Carro getrokken.
Er staan 220 mijl op de teller. De volgende ochtend terug naar Alghero.
Bunkeren en van daaruit naar de Rhônevallei.
Zeeleven
Als Capo Caccia uit het zicht is verdwenen weten we dat we niet
op veel wind moeten rekenen. De halfwinder had ik evengoed in het
vooronder kunnen laten liggen. Zelden zo'n blake zee gezien tijdens
de reis. Dus trekken we onze lidkaart van de de 'tuf-tuf'-club,
we moeten mijlen vreten. 'Gaat dit hier 220 mijl duren ?' denken
we na een halve dag. Het is zinderend heet, wegkruipen is de boodschap.
Dus gaat er een heerlijke fles Sardijnse wijn open en gaan we bijlezen.
Ha, een voetbad in de puts, denk ik. Alles helpt om het hier koel
te houden. Maar als ik de puts pak zie ik de zee voldrijven met
iets wat op plastic doppen lijkt. Honderden, nee duizenden, het
houdt niet op. Ik schep er twee op. Het zijn kwalletjes zo groot
als een mossel, doorzichtig en met prachtige blauwe tentakels. Fems
neemt er de 'Marine Wildlife' gids bij en ja hoor: NIEUW ! Aan boord
van de Vela: 'Vellela Vellela', de zeilende kwal !
Hoe is het mogelijk, mijmeren we, een zo primitief diertje dat
kan zeilen. Heeft de mens eigenlijk wel écht ooit iets uitgevonden
? Of komt toch alles in de natuur voor ? Al filosoferend over wiel,
octopus, sidderaal en mestkever gaan we de nacht in. In elk geval
kent de Zweedse mens iets van dieselmotoren.
Ook de volgende dag: NO WIND. Maar we vreten mijlen. Op Local Noon
al 125. Ik steek het logboek terug weg en hou me gedekt. 'Als we
nu eens walvissen zagen ?', probeer ik de stemming erin te houden.
Geloof het of niet, maar vanaf dan blijven er twee enorme vinvissen
urenlang bij ons. En we zien ook drie planktonhaaien die we tot
op aaiafstand kunnen benaderen. En ook weer veel dolfijnen, dat
maakt veel goed.
48 uur na vertrek lopen we 's middags Carro binnen, een sympathiek
haventje waar je weinig ziet van de grote industrie verderop maar
deze des te beter kunt ruiken. In Port Saint Louis gaat de mast
eraf, we kijken nog één keer met weemoed om naar de
zo geliefde, eindeloze zee van overvloed, die ons een jaar lang
heeft geïnspireerd en ons boordevol energie en vol nieuwe plannen
huiswaarts doet keren. 
Terug thuisPrecies zestien maanden geleden brak voor ons de dag van vertrek
aan, het begin van de verwezenlijking van een droom. Over dromen gesproken: vroeger begreep ik niks van Panamarenko, een Belgische kunstenaar die veel doet met de eeuwige droom te kunnen
vliegen. In zijn werk laat deze luchtschipper de droom altijd maar opnieuw voortbestaan want de realisatie ervan zou erg zijn, de droom
moet immers altijd een droom blijven !? Pas dus op met het realiseren van je droom want dan verlies je hem ?! Nee, we weten dat het niet
zo is en dat je een droom nooit verliest. De droom blijft en het verwezenlijken ervan creëert weer nieuwe dromen. We blijven dromen over zeiltochten naar de Lofoten, Spitsbergen
of een lange reis langs Chili, Patagonië en Antarctica, maar ook over ons fijne huis waarin ik naar Femke moet roepen: "Waar
ben je ?". Vela staat weer veilig binnen in de loods, waar ze maandenlang op de reis werd voorbereid. Tijdens onze reis hebben we veel geleerd waar we de rest van ons
leven iets aan kunnen hebben. Over flexibel zijn en veranderende verwachtingen. Verwachtingen zijn prima, maar wanneer soms alles
anders gaat moet je met de consequenties om kunnen gaan. Die vormen immers het nieuwe uitgangspunt, met de daarbij behorende nieuwe
verwachtingen én keuzes. En dat is moeilijk, maar het geldt altijd. In het varende leven, in elk leven.
We werden er gedurende de reis regelmatig mee geconfronteerd: op zoek naar een haven die wel op de kaart stond maar 's nachts nauwelijks
te vinden was, tijdens een gedwongen verblijf aan de wal wegens herstelwerkzaamheden aan 'Vela', of onderweg toen het weer erg verslechterde
en we door moesten gaan naar een andere haven, veel verder weg. Dat zijn dan beproevingen die je dwingen flexibel en sterk te zijn,
hoe moeilijk het soms ook is. Thuiskomen ervaren we ook als zo'n beproeving. Het leven dat we
zo zorgvuldig hadden opgebouwd, is weg. De boot wordt verruild voor een huis en het begrip 'tijd' krijgt een totaal andere dimensie.
Maar we gaan hier niet bij de pakken blijven zitten en wachten tot de tijd alle wonden heelt. En denken: het is mooi geweest maar
wat hebben we hier nu te zoeken ? We gaan verder en blijven bewegen, op zoek naar nieuwe uitdagingen. En in het besef dat de wijde wereld
altijd vlakbij is.
| |